Site navigatie
Home Artikelen Interreligieus Het Paasfeest
Het Paasfeest

Oorsprong

Het Paasfeest is het oudste van alle Christelijke feesten. De oorsprong van de Christelijke paasviering ligt in de Joodse liturgie, die na een lange ontwikkeling wordt geconcentreerd op de herdenking van de bevrijding uit Egypte, van de tocht door het water en de woestijn naar het Beloofde Land. De herdenking van Gods grote daden voedt het geloof en de hoop op de toekomst. De Christelijke paasviering herdenkt dezelfde geschiedenis van God en zijn volk, maar nu vooral in de persoon van Jezus, die het nieuwe paaslam werd. Aangezien men gelooft dat de opstanding van Jezus op een zondag plaatsvond, wordt het feest gevierd op een zondag op variërende data tussen 22 maart en 25 april.

Kruisiging en opstanding van Jezus

Op gegeven moment kwam Jezus in conflict met de bestaande Joodse partijen en de oppositie tegen hem werd steeds bitterder met het verstrijken der tijd. De Zeloten keerden zich tegen hem, omdat hij weigerde hun werktuig te worden in het aanzetten van een opstand tegen de Romeinen. De Farizeeën werden zijn vijanden vanwege zijn veronachtzaming van hun eigen interpretaties en zijn ongezinde houding jegens hen. Maar zijn meest gevaarlijke opponenten waren de Sadduceeërs. Zij controleerden het politieke Sanhedran en de Tempel en hadden een aanzienlijke invloed bij de Romeinse heersers. Het was in hun voordeel dat het bestaande systeem, dat hen privileges en welstand had verschaft, in stand werd gehouden onder de Romeinse heerschappij. Zij waren bevreesd dat Jezus’ aanspraak de Messias te zijn die, volgens vele Joden, de koning van Israël zou worden, de Romeinen in conflict zou brengen met hun Joodse onderdanen en de status quo zou verstoren.

Na een periode van rondreizende prediking te Galilea keerde Jezus zuidwaarts naar de hoofdstad van de natie. Aldus trad hij de stad van Jeruzalem binnen, rijdende op een ezel. Op de eerste dag in Jeruzalem ging hij de Tempel binnen en bemerkte met verontwaardiging de handel die werd gedreven in de buitenste hofzalen van het Huis van God. De volgende dag ondernam hij actie om alle handelaren en hun waren uit de Tempel te drijven. Zijn vijanden realiseerden zich dat, indien zij niet onmiddellijk tegen hem zouden optreden, het misschien te laat kon zijn.

Hoewel zij niet erg veel liefde voor elkaar voelden, sloegen de Farizeeërs en de Sadduceeërs de handen ineen tegen Jezus. Eén van zijn volgelingen, Judas (niet de zoon van Jakobus), werd omgekocht om de politie naar zijn retraiteplaats te leiden. Het blijkt dat Jezus te weten was gekomen van het complot van zijn vijanden om hem te doden en dit maakte hem erg ongelukkig. “Mijn ziel is zeer droevig, zelfs tot de dood; wacht hier en zie”, vertelt Lukas ons, “hij bad ernstiger; en zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen.” Hij bracht de gehele nacht door in de Tuin van Gethsemane, biddend tot God om hem van de dood te redden:

“Abba, Vader, alles is U mogelijk, neem deze beker van mij weg. Doch niet wat ik wil, waar wat Gij wilt”. (Mark. 14:36)

Jezus werd door de soldaten en de Joodse politie gearresteerd toen het nog donker was. Al zijn discipelen lieten hem in de steek en vluchtten weg. Hij werd eerst voor de Joodse hogepriesters gebracht en dan voor de pontius Pilatus, de Romeinse procurator. De aanklacht die tegen hem naar voren werd gebracht, was dat hij claimde de Koning der Joden te zijn. Het blijkt dat Pilatus niet erg overtuigd was van de waarheid van de aanklacht, maar onder druk van de Joodse opperpriesters en ouderen vaardigde hij het vonnis van kruisiging over Jezus uit.

De Evangeliën vertellen ons dat Jezus aan een kruis werd gehangen tussen twee criminelen. De kruisdood was een langzame aangelegenheid; meestal duurde het twee of drie dagen om van pijn en uitputting te sterven. Maar Jezus bleef slechts voor drie uren aan het kruis (van het zesde uur, d.i 12 uur ’s middags, tot het negende uur, d.i. 3 uur ’s middags).

Het was de Voorbereidingsdag en aangezien het tegen de Joodse religie was dat iemand aan het kruis bleef hangen tijdens de Sabbat, verzochten de Joden Pilatus om de veroordeelde mannen te doden en hun lichamen van het kruis te verwijderen. Aldus werden de benen van de twee criminelen, die samen met Jezus waren gekruisigd, gebroken. Bij Jezus gekomen, dacht men echter dat hij reeds was gestorven en werden zijn benen niet gebroken. Eén van de soldaten doorboorde lichtelijk zijn zij met een speer, waaruit onmiddellijk bloed en water stroomde, hetgeen aantoont dat hij nog steeds leefde. Het blijkt dat Jezus was flauwgevallen of in een diepe zwijm was geraakt. Zijn lichaam werd weggevoerd door een invloedrijke discipel van hem, Jozef van Arimathea genaamd, en in een grot bewaard met een steen over de opening gerold.

De volgende dag werd hij levend gezien, vermomd als een tuinman, eerst door Maria Magdalena en vervolgens door andere van zijn discipelen. De Christelijke theologen stellen dat Jezus was gekruisigd, gestorven en werd begraven; de derde dag stond hij op uit de dood, hij voer lichamelijk ten hemel en zit aan de rechterhand van God, de Almachtige Vader.

Wat veel waarschijnlijker lijkt is dat Jezus niet aan het kruis was gestorven, maar, zoals reeds gesteld, in diepe zwijm was geraakt toen hij werd neergehaald en hij herstelde zich hiervan. Wat men dus dacht een opstanding te zijn, was in werkelijkheid een herstel uit zwijm. Jezus had gebeden gered te worden en God verhoorde zijn gebed. Dit is exact wat de schrijver van de Brieven aan de Hebreeën ons vertelt:

“Toen hij heeft gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, Die hem uit de dood kon redden, en hij is verhoord uit zijn angst”. (Hebr. 5:7)

De Bijbel over de dood van Jezus

De Bijbel bevat aanhalingen die volgens sommige theologen staven dat Jezus niet aan het kruis stierf:

  1. Jezus bleef slechts enkele uren aan het kruis (Mark. 15:25, Joh. 19:14), maar de dood door kruisiging was altijd een langzame.
  2. De twee mannen die samen met Jezus waren gekruisigd, leefden nog toen zij van het kruis werden gehaald; het vermoeden bestaat dat ook Jezus nog leefde.
  3. In het geval van de twee misdadigers nam men zijn toevlucht tot het breken van de benen (om hen af te maken), maar in het geval van Jezus werd dat achterwege gelaten (Joh. 19:32-33).
  4. Toen de zijde van Jezus werd doorboord, vloeide er bloed uit, wat een zeker teken van leven was (Joh. 19:34)
  5. Zelfs Pilatus geloofde niet dat Jezus gestorven was in zo’n korte tijd (Mark. 15:44).
  6. Jezus werd niet begraven, zoals de twee misdadigers, maar werd onder de hoede gesteld van een rijke discipel van hem, die hem zeer goed verzorgde en hem plaatste in een ruime graftombe, die was uitgehouwen aan de zijkant van een rots (Mark. 15:46).
  7. Toen men op de derde dag de tombe zag, vond men de steen verwijderd van de opening, hetgeen niet het geval zou zijn geweest als er een bovennatuurlijke verrijzenis had plaatsgehad.
  8. Toen Maria (Magdalena) Jezus zag, hield zij hem voor de tuinman, hetgeen aantoont dat Jezus zichzelf als zodanig had vermomd (Joh. 20:15). Een dergelijke vermomming zou niet nodig zijn geweest, indien Jezus was herrezen uit de dood.
  9. Het was met hetzelfde vleselijke lichaam dat de discipelen hem zagen en de wonden waren nog steeds zo diep, dat een man er z’n hand in kon steken (Joh. 20:25-28).
  10. Hij had nog steeds honger en at zoals zijn discipelen aten (Luk. 24:39-43).
  11. Jezus ondernam een reis naar Galilea met twee van zijn discipelen, die aan weerszijden van hem liepen (Matth. 28:10), hetgeen aangeeft dat hij een toevluchtsoord zocht; een reis naar Galilea was niet noodzakelijk om ten hemel te varen.
  12. In alle verschijningen na de kruisiging treft men Jezus terwijl hij zich aan het verbergen is, alsof hij vreesde te zullen worden ontdekt.
  13. Jezus Christus bad gedurende de hele nacht vóór zijn arrestatie om te worden gered van de vervloekte dood aan het kruis en hij vroeg ook zijn discipelen voor hem te bidden; de gebeden van een rechtvaardig mens in nood en kwellingen worden altijd geaccepteerd. Hij schijnt zelfs een belofte van God te hebben ontvangen om te zullen worden gered en het was klaarblijkelijk naar deze belofte, dat hij verwees, toen hij aan het kruis uitriep: “Mijn God, waarom heeft U mij verlaten?” (Mark. 15:34). Hebr. 5:7 (zie eerder) maakt de zaak nog duidelijker, aangezien er daar simpelweg gesteld wordt dat het gebed van Jezus was verhoord.
  14. Na te zijn meegenomen naar de zgn. graftombe, werden Jezus’ wonden behandeld met genezende poeders en zalf en werd er een verband om zijn wonden gelegd (Joh. 19:40, Luk. 23:53). Dit is zeker niet de manier, waarop men zich ontdoet van een dood lichaam.

Koran en wetenschappelijk onderzoek

De Koran, die Jezus als een groot profeet van God aanvaardt, onthult ook dat hij niet aan het kruis was gestorven:

“En hun gezegde: waarlijk wij hebben de Messias, Jezus, de zoon van Maria, de boodschapper van God gedood. En zij doodden hem niet en veroorzaakten niet zijn dood door kruisiging, maar hij werd hen gemaakt als zodanig te schijnen. En waarlijk, degenen die hierover verschillen, verkeren daaromtrent slechts in twijfel; zij hebben daarover geen kennis, maar volgen slechts een vermoeden, en zij weten het niet zeker.” (4:157)

De Koran verklaart verder dat God Jezus en zijn moeder Maria “bescherming op een verheven bodem, met weiden en bronnen” gaf (23:50). Recent onderzoek heeft laten zien, dat de plaats waarnaar hier wordt verwezen Kashmir zou kunnen zijn, waarheen Jezus trok op zoek naar “de verloren schapen van het Huis Israëls”, nadat hij aan de kruisdood was ontsnapt. Hij stierf op de hoge leeftijd van 120 jaar en zijn tombe is nog steeds aanwezig in Srinagar, Kashmir (zie artikel elders in deze rubriek).

Noot: er zijn ook overleveringen van de Profeet Mohammed (vzmh) volgens welke Jezus op de leeftijd van 120 jaar zou zijn gestorven. Deze zijn o.a. overgeleverd door zijn echtgenotes Hazrat Aisha (Hujaj al-Kirama, p. 428) en Hazrat Fatima ((Kanz-ul-Ummal, vol. vi, p. 120).

De wederkomst van Jezus

Als we op deze manier dus vaststellen dat Jezus nog lang na de kruisiging heeft geleefd en dat hij later zoals ieder normaal mens is overleden, hoe verklaren we dan de vele Christelijke en Islamitische bronnen die vertellen dat Jezus zal terugkeren?

Deze terugkeer is een terugkeer in geestelijk opzicht, niet in lichamelijk opzicht. Een ander voorbeeld van zo'n geestelijke terugkeer zien we in de Bijbel. De Joden geloofden namelijk dat Elia levend in de hemel was opgenomen en dat hij weer zou verschijnen vóór de komst van Christus, de Messias. We lezen in 2 Kon. 2:1: "Het geschiedde nu, als de HEERE Elia met een onweder ten hemel opnemen zou, dat Elia met Elisa ging van Gilgal."
2 Kon. 2:11: "En het gebeurde, als zij voortgingen, gaande en sprekende, ziet, zo was er een vurige wagen met vurige paarden, die tussen hen beiden scheiding maakten. Alzo voer Elia met een onweder ten hemel."

Toen Jezus beweerde de Messias te zijn, wierpen de Joden het volgende bezwaar tegen hem op:

“En de discipelen vroegen hem en zeiden: Hoe kunnen dan de schriftgeleerden zeggen, dat Elia eerst moet komen? Hij antwoordde en zei: Elia zal wel komen en alles herstellen, maar ik zeg u, dat Elia reeds gekomen is, en zij hebben hem niet erkend, maar met hem gedaan al wat zij wilden ... Toen begrepen de discipelen, dat hij (Jezus) over Johannes de Doper tot hen gesproken had.” (Matt. 17:10-13)

Dus een ander persoon, Johannes de Doper, was gekomen in de geest van Elia, terwijl de Joden dachten dat dezelfde Elia zou terugkeren. Dat was dus niet zo.

Waarom is deze geschiedenis belangrijk voor ons? Omdat precies zo de Christenen en Moslims geloven dat dezelfde Jezus van vroeger gaat terugkeren op aarde. Maar dat is niet zo! Een ander persoon zou terugkeren met dezelfde opdracht die Jezus had in zijn tijd. En die persoon is Hazrat Mirza Ghulam Ahmad, de stichter van de Ahmadiyya Beweging. En net zoals de Joden de persoon die als Elia was teruggekeerd, niet hadden herkend, hebben ook de Christenen en de Moslims de teruggekeerde Jezus in de persoon van Hazrat Mirza niet herkend.

Gelijkenissen tussen Jezus en Hazrat Mirza

Waarom zeggen we dat Hazrat Mirza de teruggekeerde Jezus is? Omdat er enkele gelijkenissen zijn tussen Jezus en Hazrat Mirza, die we nu zullen behandelen.

1. Volgens Mattheus 5:17 zei Jezus: “Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.” Jezus kwam dus niet om een nieuwe religie te stichten, maar om aan de Joodse religie diepere invulling te geven. Evenzo kwam Hazrat Mirza niet om een nieuwe religie te stichten, maar om diepere invulling te geven aan de Islam.
2. In de tijd van Jezus was het Jodendom in verval, en aan Jezus was de taak om het jodendom nieuw leven in te blazen. Evenzo was in de tijd van Hazrat Mirza de Islam in verval, en het was zijn taak om de Islam nieuw leven in te blazen.
3. Jezus kwam ongeveer 1300 jaar na de Profeet Mozes, evenzo kwam Hazrat Mirza ongeveer 1300 jaar na de Profeet Mohammed.

Zo zijn er meerdere punten die aantonen dat Hazrat Mirza in zijn tijd verscheen met dezelfde missie waarin Jezus in zijn tijd verscheen. Daarom heeft Hazrat Mirza zichzelf vaak vergeleken met Jezus, daarmee bedoelde niet dat hij ook een profeet was, maar dat hij dezelfde missie had als Jezus, namelijk een vervallen religie nieuw leven inblazen. En zoals eerder vermeld, hebben noch de Christenen, noch de Moslims de nieuwgekomen Jezus herkend, net zoals in vroeger tijden de Joden de teruggekeerde Elia ook niet hadden herkend. Daarom wachten zovelen nog steeds op de lichamelijke terugkeer van Jezus.....

Bronnen:

  • Encarta encyclopedie
  • The Great Religions of the World (Ulfat Aziz us-Samad)

Lees ook:

 
Make Text Bigger Make Text Smaller Reset Text Size