Site navigatie
Home Artikelen Onbegrip over de Islam Oproep tot djihaad in Suriname
Oproep tot djihaad in Suriname
Written by Riaz Ahmadali, Reza Ghafoerkhan, Sharda Ahmadali, Irshaad Djoemai   

Door de recente tragische ontwikkelingen in de Verenigde Staten van Amerika is het begrip ‘djihaad’ wederom op de voorgrond komen te staan. De betekenis die over het algemeen aan dit begrip wordt gegeven is ‘heilige aanvalsoorlog’ en fundamentele, terroristische en orthodoxe Muslims hebben in de loop der geschiedenis deze verkeerde interpretatie van het woord regelmatig misbruikt voor het behalen van eigen politiek, economisch en/of andersoortig voordeel, daarmee de Islaam in een kwaad daglicht plaatsende.

De betekenis ‘heilige aanvalsoorlog’ wordt noch door de gangbare Arabische woordenboeken, noch door de Heilige Koran aan het woord ‘djihaad’ toegekend. De letterlijke betekenis van het woord is ‘hard streven’ en dit is ook de betekenis die de Koran hanteert. Het vers 4:95 maakt dit duidelijk, door het woord ‘djihaad’ (hard streven) te stellen tegenover het woord qaa’id (blijven zitten).

De vier vormen van djihaad die de Koran kent zijn: [1] strijden tegen de eigen lage begeerten; [2] verkondigen van de waarheid; [3] geduld en standvastigheid in beproevingen; [4] strijden tegen een agressor.

Ad [1]. Koran 29:69:

“En hen die zich omwille van Ons beijveren (djihaad), zullen Wij recht leiden langs Onze wegen”.

Het gaat hierbij om degenen die hun best doen op de weg van God; die zullen door Hem geleid worden.

Ad [2]. Koran 25:52 stelt:

“Gehoorzaam dan de ongelovigen niet, en streef (djihaad) daarmee tegen hen met een machtig streven”.

Het woord ‘daarmee’ duidt op de Koran en niet, zoals vaak verondersteld wordt, op het zwaard, aangezien de Koran ten sterkste het verspreiden van de Islaam met het zwaard veroordeelt. Zo vermeldt 2:256: “Er is geen dwang in de godsdienst”. Het vers 25:52 handelt derhalve over verkondiging van de religie met de Koran in de hand.

Ad [3]. Koran 16:110 vermeldt:

“Voor hen, die uitgeweken zijn na verzoeking te hebben weerstaan en zich vervolgens grote moeite hebben getroost (djihaad) en geduldig zijn; daarna is uw Heer waarlijk vergevend en barmhartig.”

Hierbij gaat het om mensen die beproefd worden door tegenslagen; zij kunnen vergeving en genade van God ontvangen door geduld te betrachten en zich hard in te spannen om die verzoeking (tegenslag) te boven te komen.

Ad [4]. Dit vers handelt over verdediging. Er is geen enkel vers in de Koran welke de Muslims toestaat als agressor op te treden; wel wordt hen toegestaan zich te verdedigen bij een aanval. Zie 22:39-40:

“Toestemming wordt gegeven aan hen die worden aangevallen, omdat hun onrecht is aangedaan ... En was het niet dat God de mensen elkaar had laten weerhouden, zouden kloosters, kerken, synagogen en moskeeën, waarin Gods naam vele malen herdacht wordt, zijn neergehaald.”

Als we dit vers aan een grondige analyse onderwerpen, komen we tot de volgende bevindingen:

  1. het gaat hierbij om gelovigen, die aangevallen worden en die onrecht is aangedaan;
  2. het gaat om verdediging van deze gelovigen, hetgeen blijkt uit het woord ‘weerhouden’;
  3. de Muslims hebben de plicht om niet alleen zichzelf, maar ook (gebedshuizen van) andere godsdienstige groeperingen te beschermen tegen vernieling.

De in bovenvermeld vers vermelde toestemming tot verdediging dient niet anders te worden beschouwd dan bijv. de toestemming van de politionele autoriteiten in een land om in te grijpen in geval van roof, moord, diefstal, enz. Zonder deze toestemming zou de wereld binnen de kortste keren in handen vallen van criminelen en ander geboefte!

Het moge duidelijk zijn, dat het doel van de strijd bij verdediging niets anders is dan het verdedigen van de rechten van de gelovigen. Elke inspanning om die rechten te beschermen kan dus als djihaad als verdedigingsoorlog toegestaan is, hoewel de Muslims in beginsel een afkeer dienen te hebben van de strijd (Koran 2:216). worden aangemerkt, zoals het onderhouden van goede betrekkingen met andersgelovigen, het respecteren van hun rechten en religieuze gebruiken, enz. Zo stelt de Koran in 6:109 dat de Muslims zelfs afgoden niet mogen beledigen, om te voorkomen dat de afgodendienaren de ware God zullen beledigen. Dus: de rechten van een ieder dienen door de Muslims te worden gerespecteerd om wraakacties te voorkomen. Evenzo dienen uiteraard de rechten van de Muslims door anderen te worden gerespecteerd, aangezien anders in het uiterste geval de djihaad

De belangrijkste vorm van djihaad is het streven om zichzelf te verheffen op de weg van God. Dit is een essentiële voorwaarde waaraan voldaan moet worden alvorens men aan de tweede vorm van , zijnde het verkondigen van de Islaam, kan beginnen, aangezien de Koran stelt: “Waarom zegt u wat u niet doet?” (61:2). Dit zijn de twee vormen van djihaad die continu dienen plaats te vinden. djihaad

De Islaam verlangt van de gelovige niet alleen dat hij strijd levert tegen zijn lage begeerten, maar ook dat hij dit constant en onder alle omstandigheden doet. Via de derde vorm van djihaad (standvastigheid) zal hij in staat zijn zelfs onder de zwaarste beproevingen en tegenslagen te volharden hierin.

Door tenslotte de vierde vorm van djihaad preventief toe te passen, zoals in de vorige alinea beschreven, kan een vredige wereld worden gecreëerd waarin een ieder op zijn of haar manier ongestoord de overige vormen van djihaad kan verrichten en dus kan werken aan het hoogste doel in het leven, nl. zelfverheffing.

Wij wensen tot slot alle Surinamers op te roepen om de banden met andersgelovigen te blijven onderhouden en hun rechten te blijven respecteren, zoals dat reeds vele jaren het geval is. Door zulks te doen creëren wij met ons allen een milieu waarin de rechten van alle rassen en religieuze groeperingen gewaarborgd blijven.

Tevens wensen wij onze landgenoten op te roepen ook de eerste vorm van djihaad, nl. de strijd van een ieder tegen zijn/haar kwade neigingen, in acht te nemen. Door zulks te doen, zal zeker een bijdrage worden geleverd aan het bestrijden van het moreel verval, welke wereldwijd steeds ernstiger vormen aanneemt.

Het wordt tijd dat ook de politieke leiders wereldwijd gaan inzien dat het werken aan morele en geestelijke verheffing van de mens, naast alle andere maatregelen, een essentiële bijdrage zal kunnen leveren aan de bestrijding van het drugsprobleem, het aidsprobleem, het misdaadprobleem, enzovoorts.

“Verbeter de wereld, begin bij uzelf!”

Door IVISEP gepubliceerd in ‘De Ware Tijd’ van 29 september 2001

 
Make Text Bigger Make Text Smaller Reset Text Size