Site navigatie
Home Artikelen Islam algemeen Ramadan - de maand van vrede en vergeving
Ramadan - de maand van vrede en vergeving
Written by Riaz Ahmadali   

Het karakter van iemand, en of hij edelmoedig is of niet in staat is te vergeven, blijkt het best uit de behandeling van zijn vijanden, wanneer hij hen volledig in zijn macht heeft. In de gewapende strijd kunnen mensen elkaar doden zonder spijt, maar nadat de oorlog voorbij is en de overwinning is behaald, blijkt het ware karakter van de overwinnaar uit zijn behandeling van de tegenstanders. De historie staat vol verhalen over hoe steden werden vernietigd, burgers werden gedood, vrouwen werden verkracht en massagraven werden gevuld, wanneer een zegevierend leger het overwonnen gebied binnentrok; ook recent nog in Afghanistan en Irak.

Dit was nimmer het geval in de Islam, los van sommige gevallen waar de gemeenschap niet meer de Islamitische richtlijnen in acht nam. Toen de moslims – in de beginperiode van de Islam – tegen de Perzische en Byzantijnse rijken streden om hun bewoners van onrecht te bevrijden, gaven ze een uitmuntend voorbeeld van barmhartige behandeling van de overwonnenen. Deze behandeling zorgde ervoor dat de Islam zich binnen korte tijd in deze gebieden vestigde en tot in de harten van de mensen binnendrong. De zaden van deze milde behandeling van vijanden werden door niemand anders geplant dan door de Profeet Mohammed (vrede zij met hem). Hij toonde de hoogste graad van edelheid, wetende dat zelfs de grootste tegenstander moest worden aangesproken met de boodschap van de Islam. Hij stond nooit wraak toe om zijn zin te krijgen, zelfs wanneer het zeker was dat zijn tegenstander erop uit was hem te vermoorden.

Zo is bekend het geval van de Joodse vrouw, die de Profeet een gekookt schaap gaf voor hem en zijn metgezellen. Toen hij op het punt stond te gaan eten, stopte hij en zei: “Iets zegt mij dat dit schaap is vergiftigd”. De vrouw werd binnengebracht en ze gaf toe het schaap te hebben vergiftigd om de Profeet te doden. Toen zijn metgezellen hem vroegen of ze ter dood moest worden veroordeeld, zei hij: “Nee”.

Eén van de mensen die gedurende lange tijd een grote tegenstander van de Profeet was, was Abdullah ibn Ubayy, die werd beschouwd als de leider van de hypocrieten in Medina. Hij sprak slecht over de Profeet, vertelde leugens over hem en zijn familie, verraadde het moslimleger kort voor een belangrijk gevecht en werkte samen met de vijanden van de Islam. Maar vóór zijn dood deed hij het verzoek dat de Profeet zijn begrafenisgebed moest verrichten. Toen Abdullah ibn Ubayy overleed, werd de Profeet dus gevraagd voor hem te bidden. De metgezel Umar ibn Al-Khattab sprong op en zei: ‘Boodschapper van Allah! Gaat u bidden voor ibn Ubayy, terwijl hij dit en dat vertelde?’ De Profeet lachte naar hem en zei: ‘Laat me alleen, Umar. Ik heb de gelegenheid om een keus te maken, en ik heb mijn keus gemaakt. Als ik zou weten dat hij vergeven zou worden wanneer ik 70 keer vergiffenis voor hem had gevraagd, zou ik dat zeker doen.’ De Profeet verrichte toen het gebed voor de overledene en vertrok. (noot 1)

Het bekendste voorbeeld van vergevensgezindheid is toen de Profeet, na door de Mekkanen verraden te zijn, met 10.000 man Mekka binnentrok en in vrede de stad veroverde. De hele Mekkaanse bevolking was nu aan hem overgeleverd en hij kon met hen doen wat hij wilde. Doch het enige wat hij tegen hen zei, was: “Heden is er geen verwijt tegen u. Ga, u bent allen vrij”. Deze edelmoedige houding van de Profeet zorgde ervoor dat binnen zeer korte tijd geheel Arabië tot de Islam was bekeerd.

Onze situatie

Hoe is het met ons gesteld? Zijn ook wij in staat en bereid te vergeven, zoals de Profeet zijn vijanden vergaf? Of zijn wij mensen die eeuwige vijandschap in acht nemen met degenen, met wie we in onmin leven?

Twee moslims mogen niet in ruzie met elkaar blijven leven. Beiden wordt voorgeschreven verzoening tot stand te brengen tussen elkaar, zowel degene die onrechtvaardig heeft gehandeld als degene die onrechtvaardig is behandeld. De Koran is hieromtrent zeer duidelijk: "De gelovigen zijn slechts broeders, breng daarom verzoening tussen uw broeders tot stand" (49:10).

Zo zei ook de Profeet Mohammed (vzmh) dat een gelovige niet langer dan drie dagen bij een andere gelovige weg mag blijven. Als die periode is verstreken, dient hij naar de ander toe te gaan en hem de vredesgroet te geven. Groet de ander terug, dan ontvangen beiden de beloning van de verzoening. Groet hij niet terug, dan rust de schuld slechts op hemzelf.

De andere kant

Maar wat, als u zich nu aan de andere kant bevindt? Misschien bent u niet degene die moet vergeven, maar degene die om verzoening vraagt; degene die oprecht vrede wenst; degene die als eerst de hand uitsteekt. Wat nu, als de andere partij dit niet accepteert?

Wees in dat geval geduldig, zoals de Koran zegt in 39:10: “Slechts degenen die geduldig zijn, zullen hun volledige beloning ontvangen, zonder maat”. Troost uzelf met het feit, dat de Almachtige de ware gelovigen zal blijven beproeven, zoals de Profeet Mohammed heeft gezegd: “De personen die het meest gekweld zullen worden, zijn de profeten, daarna de rechtschapenen en vervolgens de beste mensen, naar gelang hun goedheid”. Weet, dat Allah uw oprechte intentie zal belonen en dat de onderdrukkers niet aan Hem zullen ontkomen. Zoals de Profeet Mohammed zei: “Wees op uw hoede voor het onderdrukken, want onderdrukking is het duister op de Dag des Oordeels.” En in een hadies Qudsi zegt Allah aan de Profeet: “Ik zal revanche nemen op de onderdrukker in dit leven en in het volgende. Ik zal revanche nemen op degene die zag dat iemand werd onderdrukt en kon helpen, maar geen hulp verleende.” Heb dus geduld en blijf goed doen.

Tot slot

Vrede en vergeving zijn de basis voor elke soort van vooruitgang. Als u binnen uw gezin, bedrijf, vriendenkring, enz. niet in staat bent te vergeven, zult u nimmer een goede, vredige atmosfeer hebben en zal het grote succes uitblijven.
Door te vergeven verandert de houding van de ander tegenover u misschien niet, maar uw eigen innerlijk wordt er rustig en vredig door. Door niet te vergeven, blijft u echter altijd met wrok in uzelf zitten; wrok, die de basis kan vormen voor allerlei ziekten. Vergeving is dus de basis voor vrede; in de eerste plaats vrede in uzelf, daarna vrede met uw medemens, en tenslotte vrede met de Almachtige.
Deze maand Ramadan is bij uitstek de maand om degenen, met wie u in onmin leeft, te vergeven. Het is immers de maand waarin wij moeten proberen een hogere geestelijke graad te bereiken. Laten wij deze kans met beide handen aangrijpen en laten we geen obstakel voor onze eigen geestelijke ontwikkeling zijn, door eeuwige haat en wrok tegenover anderen te blijven koesteren! Als wij willen dat Allah ons vergeeft, zullen ook wij in staat moeten zijn onze medemensen te vergeven (Koran 24:22).

Geraadpleegde bronnen:

  • Noor-i-Islam (Canada)
  • Islam Online

Noot 1. Kort daarna werd vers 84 uit hoofdstuk 9 geopenbaard: “En bid nimmer voor wie ook van hen, en sta niet bij zijn graf; waarlijk, zij geloven niet in God en Zijn Profeet en zij zullen sterven terwijl zij overtreders zijn.” De keus die de Profeet had gemaakt om voor ibn Ubayy te bidden, blijkt uit Koran 9:80: “Vraag vergiffenis voor hen, of vraag geen vergiffenis voor hen; al vraagt u 70 maal vergiffenis voor hen, Allah zal hun niet vergeven, omdat zij niet in God en Zijn Profeet geloven.” Dit vers heeft echter de Profeet niet weerhouden om voor ibn Ubayy te bidden. Integendeel, mededogend als hij was, verhoorde hij de wens van ibn Ubayy en bad voor hem. Hij zei zelfs dat hij ieder gewenst aantal keren voor hem zou bidden, als Ubayy daardoor vergeven zou worden.

 
Make Text Bigger Make Text Smaller Reset Text Size