Site navigatie
Home Artikelen Islam algemeen De bijdrage van Ied ul-Fitr aan natievorming
De bijdrage van Ied ul-Fitr aan natievorming
Written by Riaz Ahmadali   

Natievorming versus integratie

Natievorming en integratie zijn twee begrippen die we regelmatig tegenkomen als het gaat om eenheid binnen een gemeenschap. Hoewel volgens de literatuur (m.n. Encarta encyclopedie) integratie en natievorming als synoniemen van elkaar kunnen worden beschouwd, ben ik van mening dat integratie – zeker gezien het gebruik van dit woord in de praktijk – een tussenfase is op weg naar natievorming. Grote delen van de Europese samenleving, zoals Nederland, worstelen tegenwoordig met het integratievraagstuk, waarmee wordt bedoeld het geven van een plaats aan minderheidsgroeperingen binnen de gevestigde samenleving. In de praktijk betekent dit over het algemeen, dat de minderheden zich moeten aanpassen aan de Westerse normen en waarden, en niet omgekeerd.[1] Door de spanningen die hierdoor steeds weer ontstaan, is er een tendens te bemerken om religieuze en culturele uitingen uit het openbare leven te bannen.[2]

Natievorming gaat verder dan integratie. In Suriname hebben de diverse bevolkings- en religieuze groeperingen hun plaats binnen de maatschappij immers reeds gevonden; de integratie heeft reeds plaatsgehad. Het gaat nu om het (verder) toegroeien naar elkaar. En dit is nu waar de grote uitdaging zit voor onze samenleving. Om verder naar elkaar toe te groeien, hebben wij als volk immers elementen nodig die ons binden. Grote rampen, nationale hoogtijmomenten e.d. werken wel bindend, doch het zou absurd zijn om onze natievorming van zulke gebeurtenissen te laten afhangen. Het initiatief zal vanuit de mensen zelf moeten komen.

Hoewel er vanuit de basis een zekere drang is naar verdere verbondenheid, is de trend in Suriname dat er vele mensen, groeperingen en organisaties zijn, die zich richten op behoud van taal, cultuur, enz., waarbij men zelfs ons nationaal volkslied, één van de symbolen van de Surinaamse natie, in de eigen talen vertaalt. Verder noemen diverse bronnen nog andere beperkende factoren aan natievorming, zoals de grote stroom Chinezen en Brazilianen die ons land binnenkomt,[3] weinig contact tussen de verschillende bevolkingsgroepen onderling,[4] vriendjespolitiek, veelal op basis van etniciteit,[5] interne tegenstellingen binnen de godsdiensten,[6] en het feit dat er weinig wordt gedaan aan ontwikkeling van de liefde voor het eigene. Ook worden sommige groeperingen voorgetrokken boven andere, hetgeen zo nu en dan tot ontevredenheid leidt. Denk bijvoorbeeld aan de scheve verdeling van religieuze feestdagen die tot nationale feestdag zijn geproclameerd; de Moslims en de Hindoes hebben nog steeds slechts één nationale feestdag per jaar ter beschikking tegenover zo’n 6 dagen voor de Christenen,[7] ondanks het feit dat diverse malen voorstellen zijn gedaan om hierin verandering te brengen.[8]

De uitdaging is nu, hoe wij in zo’n verscheidenheid aan verschillen elementen moeten vinden die ons binden. Zou het samensmelten van ras, taal en cultuur de natievorming bevorderen? Als we de situatie in bijv. Trinidad en Guyana bekijken, zien we dat zo’n versmelting daar tot op zekere hoogte reeds heeft plaatsgevonden, en toch hebben we daar dat de rassenstrijd regelmatig oplaait. Zelfs landen met één etnische en één godsdienstige entiteit zitten met vraagstukken van natievorming, zoals India, een land met overwegend Hindoes, waar door het kastestelsel binnen het Hindoeïsme, sommige kastes geen contact mogen hebben met andere kastes. Er moet dus, i.p.v. het doen versmelten van verscheidenheden, een andere oplossing zijn om de natievorming positief te beïnvloeden.

De Islam over broederschap

Ik zal het nu hebben over het begrip broederschap binnen de Islam; ten eerste broederschap binnen de internationale Moslimgemeenschap, en ten tweede de broederschap van moslims met hun medebewoners binnen een staat.

Broederschap binnen de Moslimgemeenschap

Als we het begrip “natievorming” op de internationale Moslimgemeenschap loslaten, merken we dat een natie niet beperkt hoeft te zijn door staatkundige grenzen. Hoewel er verschillende Moslimgroeperingen op de wereld zijn met uiteenlopende opvattingen over bepaalde onderwerpen (waar overigens geen bezwaar tegen bestaat), zien we dat alle Moslims o.a. met elkaar gemeen hebben de eenheid van Allah, de uniformiteit van de Heilige Koran en de vijf zuilen van de Islam (de geloofsbelijdenis, het gebed, de armenbelasting, het vasten en de bedevaart). Voorts is er wereldwijd een sterke onderlinge verbondenheid te voelen in hoogtijperioden, zoals tijdens de vastenmaand Ramadan, en tijdens de bedevaart naar Mekka waar jaarlijks bijkans twee miljoen Moslims bijeenkomen, allemaal gekleed in hetzelfde gewaad. De Moslimbroederschap en onderlinge gelijkheid blijkt ook uit de manier waarop de gebeden in de moskee worden verricht; iedereen staat schouder aan schouder naast elkaar, ondanks afkomst, ras, maatschappelijke status, etc. En iedereen ter wereld richt zich tijdens het gebed naar één punt, namelijk de Ka’aba in Mekka (alle neuzen in één richting). Zie daar de wereldwijde verbondenheid van de Moslimnatie.

Broederschap met andersgelovigen

Wat niet algemeen bekend is, is dat de Islam uitdrukkelijk eenheid en broederschap aanbeveelt met andersgelovigen. Zo schrijft de Koran voor dat de Moslims ook moeten geloven in wat er vóór de Koran werd geopenbaard, dat alle volkeren ter wereld Goddelijke boodschappers hebben gehad, en dat de Moslims niet alleen hun eigen gebedshuizen, maar zelfs ook die van andere godsdiensten in bescherming moeten nemen bij calamiteiten. Enkele verzen:

“Zeg: Wij geloven in Allah en (in) wat aan ons geopenbaard is, en (in) wat geopenbaard werd aan Abraham en Ismaël en Isaak en Jakob en de stammen, en (in) dat wat werd gegeven aan Mozes en Jezus, en (in) dat wat door hun Heer werd gegeven aan de profeten, wij maken geen enkel onderscheid tussen wie ook van hen.” (2:136)

“En er is geen volk, of er is een waarschuwer in hun midden verschenen.” (35:24)

Zie ook o.a. Koran 2:4, 2:285 en 22:39-40.

Maulana Muhammad ‘Ali verduidelijkt het een en ander in het boek De Religie van de Islam als volgt:

“Aangezien de Heilige Koran zegt, dat aan alle volkeren van de wereld openbaring werd geschonken (35:24) … volgt daaruit dat … de Christenen, de Joden, de Parsi’s, de Buddhisten en de Hindu’s alle vallen onder de categorie ‘Volgelingen van het Boek’” (ofwel: volgelingen van een Goddelijke openbaring).[9]

Op de eerder gestelde vraag, hoe wij in een verscheidenheid aan talen, culturen en godsdiensten elementen moeten vinden die ons aan elkaar binden, geeft de Koran een antwoord door te stellen dat God de verschillen tussen de mensen ten eerste heeft geschapen zodat zij elkaar kunnen kennen, en daarnaast als beproeving. De verzen in kwestie luiden als volgt:

“O mensen! Waarlijk, Wij hebben u van een mannelijk en een vrouwelijk persoon geschapen, en u tot stammen en gezinnen gemaakt, opdat u elkaar zult kennen...” (49:13)

“Voor ieder van u hebben Wij een wet en een weg bepaald, en indien het Allah had behaagd, zou Hij u tot één volk gemaakt hebben, maar Hij zal u beproeven in hetgeen Hij u gegeven heeft, wedijver daarom met elkaar in het zich haasten naar deugdelijke werken…” (5:48)

Als iedereen hetzelfde zou zijn, zou het geen deugd zijn om in eenheid en vrede met elkaar te leven. Juist doordat mensen verschillen van elkaar, kan het als een deugd, en dus een spiritueel hoogstaande daad, worden aangemerkt als wij erin slagen om vrede en eenheid tussen allen te bereiken. Daarom eindigt het vers 5:48 met de woorden: “Wedijver met elkaar in het zich haasten naar deugdelijke werken”.

Een van de zaken, die speelt wanneer er sprake is van verschillende rassen en culturen, is hoe tolerant wij zijn als iemand van “onze groep” een huwelijk wil aangaan met iemand die een ander geloof belijdt. De Islam geeft duidelijke toestemming voor interreligieuze huwelijken. Dit staat in 5:5:

“De kuisen onder de gelovige vrouwen en de kuisen onder degenen aan wie het Boek werd gegeven vóór jullie, (zijn wettig voor jullie).”

De Koran stelt dat berichten over andere volkeren met de meeste nauwkeurigheid moeten worden behandeld, om hen geen onrecht aan te doen (we kennen allemaal bijv. de moppen van de Nederlanders over de Belgen, en van de Surinamers over de Coronianen). Kwaadspreken over andere volkeren is iets wat zeer vaak voorkomt, vandaar dus het belang van dit vers.

“O jullie die geloven, wanneer een niet rechtschapen persoon jullie nieuws brengt, onderzoek het dan nauwgezet opdat jullie een volk niet onwetend onrecht aan zullen doen, om later spijt te hebben van wat jullie deden.” (49:6)

Voorts geeft de Koran uitdrukkelijk toestemming om vrienden te zijn met een ieder, die de Moslims niet vijandig gezind is. Zie de verzen 60:7-9:

“Aangaande degenen die jullie niet om religie bestrijden en die jullie niet uit jullie huizen verdrijven, verbiedt Allah jullie niet dat jullie hen vriendelijk en rechtvaardig behandelen. Waarlijk heeft Allah de rechtvaardigen lief. Allah verbiedt jullie slechts dat jullie degenen tot vriend nemen die jullie bestrijden om jullie religie, en die jullie uit jullie huizen verdrijven en die (anderen) helpen bij jullie verdrijving; en wie hen tot vriend neemt, dat zijn de kwaaddoeners.”

In geval van discussies beveelt de Koran om op gezonde wijze met elkaar in dialoog te zijn:

“Roep tot de weg van jouw Heer met wijsheid en uitnemende aansporingen, en argumenteer met hen op de beste manier.” (16:125)

“En redetwist niet met de Mensen van het Boek anders dan met wat het beste is, behalve degenen van hen die onrechtvaardig handelen. Maar zeg: Wij geloven in wat er aan ons is geopenbaard en in wat er aan jullie is geopenbaard, en onze God en jullie God is Eén, en aan Hem onderwerpen wij ons.” (29:46)

De Heilige Profeet Mohammed (v.z.m.h.) heeft de Islamitische tolerantie tegenover andersdenkenden gedurende zijn leven vele malen in praktijk gebracht. Eén van de bekende voorbeelden is, toen hij een christendelegatie uit Nadjran onderdak gaf in zijn moskee en hun toestemming gaf om daar, in die moskee, te bidden op hun eigen wijze.[10]

Bijdrage Id ul-Fitr aan natievorming

Na deze algemene beschouwing over de bijdrage van de Islam aan natievorming, zoals de Heilige Koran dat onderwijst, zal ik nu ingaan op de bijdrage van Id ul-Fitr aan natievorming.

Het Id ul-Fitr feest is het feest dat volgt nadat de vastenmaand (Ramadan) ten einde is. Het vasten is niet slechts het wegblijven van voedsel en drank, maar het hoofddoel is, dat men zich hoedt voor het kwaad, en dus een beter mens wordt. Het volgende Koranvers is hier heel duidelijk over:

“O jullie die geloven, het vasten is jullie voorgeschreven zoals het was voorgeschreven aan degenen vóór jullie, opdat jullie je zullen hoeden voor het kwaad.” (2:183)

Dit wordt verder benadrukt door het volgende gezegde van de Profeet Mohammed:

“Als iemand het liegen en bedrieglijk handelen niet achterwege laat, is het voor God niet nodig dat hij zijn voedsel en drank achterwege laat.”

Het woord fitra betekent onder andere natuur[11] en Id ul-Fitr betekent, vrij vertaald: het feest van de natuur. Waarom het feest van de natuur? God vraagt ons keer op keer in de Heilige Koran om de natuur te bestuderen en zodoende te ontdekken, hoe harmonieus die in elkaar zit. De reden waarom God dit aan ons, aan de mens, vraagt, is omdat wij mensen vaak genoeg in wanorde met elkaar leven, terwijl de natuur heel harmonieus in elkaar zit. De les hieruit is dus, dat wij mensen een voorbeeld moeten nemen aan de natuur en ondanks onze verscheidenheden in harmonie met elkaar moeten leven. De volgende Koranverzen illustreren dit heel mooi:

“Zie jij niet dat Allah water uit de wolken naar beneden stuurt, en dat Wij daar dan vruchten mee voortbrengen, verschillend van kleur? En in de bergen zitten vegen, wit en rood, in verschillende tinten en (andere) diep zwart. En zo ook bestaan er mensen, beesten en vee, in verschillende kleuren. Slechts Zijn dienaren die in het bezit zijn van kennis vrezen Allah. Waarlijk is Allah Machtig, Vergevensgezind.” (35:27-28)

“En op aarde zijn uitgestrekte velden zij aan zij, en tuinen met wijnstokken, en koren, en palmbomen die groeien uit één wortel en uit verschillende wortels — zij worden bewaterd met één water; en Wij zorgen ervoor dat sommige wat betreft hun vruchten boven de andere uitsteken. Waarlijk schuilen hierin tekenen voor een volk dat begrijpt.” (13:4)

Het belangrijkste doel van het vasten is om in een zodanige staat terecht te komen, dat wij in harmonie en vrede leven met onszelf, onze omgeving en onze Schepper. Door weg te blijven van slechte handelingen, beantwoorden wij aan het belangrijkste doel van het vasten en komen wij steeds dichter bij de staat van vrede en harmonie, zoals de natuur ons dat toont. Het vasten, een maand lang, is dus een training om terug te keren naar deze staat van harmonie. En Id ul-Fitr, ofwel het feest van de natuur, is het feest waarbij men – in de meest ideale situatie – viert dat men in harmonie is geraakt en in vrede is gaan leven met zichzelf, zijn medemens en zijn Schepper. Het bereiken van deze staat is het ware doel van de islam; de naam islam is namelijk afgeleid van salaam, wat vrede betekent.

Samenvatting

We hebben gezien dat natievorming een fase is die verder gaat dan het integratieproces, zoals dat momenteel in Europa gaande is. In Suriname wordt aan de ene kant vaak gesproken over natievorming, maar aan de andere kant is er ook een sterk verlangen tot behoud van het eigene. Dit hoeft op zich geen bezwaar te zijn; samensmelten van ras, taal en cultuur is nog geen garantie dat er daadwerkelijk eenheid ontstaat, zoals we zien in bijv. Guyana, Trinidad en India.

Binnen een land met verschillende rassen, talen en culturen geeft de Islam duidelijke richtlijnen om goed met elkaar om te gaan. Zo stelt de Koran dat de Moslims moeten geloven in eerdere openbaringen, dat alle volkeren ter wereld een Boodschapper hebben gehad, en dat de verschillen in ras, taal, enz. bestaan om de mensen in de gelegenheid te stellen elkaar te leren kennen en om het leven in harmonie tot een spiritueel hoogstaande daad te maken. De Koran geeft toestemming voor interreligieuze huwelijken, voor vriendschap met andersdenkenden, en in geval van discussies wordt aanbevolen op een goede wijze met elkaar te argumenteren. Zodoende geeft de Koran duidelijke richtlijnen aan een volk om in vrede en harmonie, als natie, met elkaar samen te leven.

Uit de vastenmaand en het daarop volgend Id ul-Fitr feest leren de gelovigen dat zij steeds betere mensen moeten worden; in het bijzonder is het de bedoeling dat men steeds meer in vrede en harmonie gaat leven met zichzelf, met de Schepper en met de medemensen.

Aanbevelingen

Tot slot zij opgemerkt dat diverse vooraanstaande bronnen van mening zijn dat het proces van natievorming een actief proces moet zijn;[12] er moet niet passief worden afgewacht hoe de samenleving zich verder zal ontwikkelen. Wij als burgers moeten niet wachten totdat de Overheid het initiatief neemt om het eenheidsgevoel te versterken; wij moeten zelf acties hiertoe ondernemen.

In het actieve proces van natievorming dient ook het onderwijs te worden betrokken. Er wordt vaak gesproken over het integreren van normen en waarden in het onderwijsproces. Natievorming is één van de waarden die in dit proces betrokken dient te worden.[13, 14] Ook bij cursussen en opleidingen binnen religieuze gemeenten zou aandacht besteed kunnen worden aan natievorming, ten eerste door liefde voor het vaderland bij te brengen, en ten tweede door, behalve de eigen religie en cultuur te onderwijzen, ook aandacht te besteden aan andere godsdiensten en culturen die in de maatschappij voorkomen.[15]

Uiteraard moeten ook de ware leerstellingen uit de eigen religieuze boeken aan de mensen worden onderwezen. De Indiase Islamgeleerde Dr. Zakir Naik zei onlangs in een televisieprogramma dat, indien alle godsdiensten teruggaan naar hun oorspronkelijke boeken, men zal ontdekken dat er nauwelijks verschillen zijn tussen de diverse godsdiensten! De banden die ons als Surinamers met elkaar verbinden zijn dus niet onze uiterlijke kenmerken, maar de innerlijke waarden die wij allemaal, ongeacht de godsdienst die we belijden, met elkaar gemeen hebben.

Ik sluit mijn betoog af met vers 213 uit hoofdstuk 2 van de Heilige Koran:

“De mensheid vormt één enkele natie.”

Geraadpleegde bronnen

• De Heilige Koran, vertaling van maulana Muhammad ‘Ali
De Religie van de Islam, door maulana Muhammad ‘Ali
• Lustrumboek: De Islam in de westerse samenleving, uitg. Ahmadiyya Anjuman Isha’at Islam (Lahore) Ned., 2001
• Een interpretatie van de Islaam, Drs. R.L. Mellema, uitg. Koninklijk Instituut voor de Tropen, Amsterdam, 1959
• The Qur’anic Dictionary and Concordance, uitg. Ahmadiyya Anjuman Isha’at Islam Inc., Trinidad & Tobago
• Islam over acceptatie, participatie en integratie, uitg. Ahmadiyya Anjuman Isha’at Islam (Lahore) Nederland, oktober 2002
• Islamitisch maandblad Al Haq, uitg. Instituut voor Islamitische Studies en Publicaties (diverse edities)
• Islamitisch tijdschrift De Dageraad, uitg. Instituut voor Islamitische Studies en Publicaties (diverse edities)
• Diverse artikelen op het Internet

Voetnoten

1. Zo stond er enkele jaren geleden in de Nederlandse Troonrede: “De migranten dienen zich in te leven in de Nederlandse cultuur”. (De Islam over acceptatie, participatie en integratie, pag. 43)

2. “In Europa bestaat een sterke tendens om religie te privatiseren: ‘Als jij je niet met mij bemoeit, en ik niet met jou, dan mogen we allemaal zelf weten wat we geloven’.” Dat lijkt vrijheid van godsdienst en vrijheid van geweten: een strakke scheiding tussen kerk en staat en algehele privatisering van levensbeschouwing. … Omdat Gods wil het hele leven omvat, is godsdienst niet helemaal privé maar heeft geloofsgehoorzaamheid (islam) altijd consequenties in het hele bestaan.” (Prof. dr. H.M. Vroom tijdens de conferentie van de Ahmadiyya Anjuman Isha’at Islam (Lahore) Nederland, 2001)

3. “Suriname is een dun bevolkt land met minder dan 500.000 inwoners van diverse etniciteiten. Het proces van natievorming is (nog) niet voltooid en wordt door de instroom van illegale immigranten uit China en Brazilië bemoeilijkt.” (Uit: Beleidsnotitie Suriname 2004 van de Nederlandse regering)

4. “Doordat er steeds sprake is geweest van weinig onderling contact tussen de verschillende bevolkingsgroepen, staat de natievorming nog in de kinderschoenen. De verdeel-en-heerspolitiek die de koloniale macht Nederland tijden lang voerde, heeft de integratie van de bevolkingsgroepen aanzienlijk belemmerd. De ontwikkeling van een nationale Surinaamse identiteit moet nog goed op gang komen. Het feit dat een groot deel van de Surinaamse bevolking in Nederland woonachtig is, heeft een vertragende werking op natie- en identiteitsontwikkeling.” (Uit het document: De ontdekking van de wereld en de schilderijen van Robbert Doelwijt)

5. “Bovenin worden mensen benoemd omdat zij op etnische, politieke of vriendschappelijke gronden recht hebben op een beloning, niet omdat zij capabel zijn.” (Maureen Silos tijdens de Zevende Multatuli Lezing in Breda, 1 nov. 2002)

6. Gedacht kan worden aan de tegenstellingen tussen de “Keizerstraat moslims” en de “Kankantriestraat moslims”, ofwel de Ahmadiyya moslims en de Sunni moslims. Verder kan ook worden genoemd het kastestelsel binnen het Hindoeïsme. Zie De Ware Tijd van 4 november 2005, pag. B1: “In Suriname wordt altijd gesteld dat de immigratie van de Brits-Indiërs het kastestelsel onder hen opgedoekt heeft. Maar dat is nogal eens dicht in de buurt van wishful thinking. Bij navraag blijkt vaak dat mensen, ook jongeren, met naam en toenaam kunnen aangeven waar ze bij horen en wat hun positie in de eigen groep is. Dus misschien is het wel een mythe, een historische vervorming, omwille van de publieke opinie.”

7. Goede vrijdag, 2de Pasen, 1ste en 2de kerstdag en voor de scholen 1ste en 2de Pinksteren erbij (De Ware Tijd, 24 april 2001).

8. Zo verscheen er reeds in de zeventiger jaren een artikel in het Algemeen Islamitisch maandblad Al-Haq, waarin de noodzaak voor het proclameren van het Islamitisch offerfeest als nationale feestdag werd aangegeven. Verder verscheen in het Surinaams ochtendblad De Ware Tijd van 24 april 2001 een ingezonden artikel, waarin de onrechtvaardige verdeling van nationale feestdagen tussen Christenen enerzijds en Hindoes en Muslims anderzijds werd aangetoond, met een oproep aan de regering om daar verandering in te brengen. Ook verscheen rondom de Divaliviering in 2001 een ingezonden artikel met een dergelijke strekking in een Surinaams dagblad.

9. De Religie van de Islam, maulana Muhammad ‘Ali, Nederlandse vertaling door Soedewo, pag. 438

10. Toen in de laatste jaren van Mohammed’s leven een Christelijke delegatie uit Nadjran hem in Medina bezocht, werd hun niet alleen onderdak verleend in de moskee, maar ook werd hun toegestaan daarin op hun eigen wijze hun godsdienstplichten te vervullen. Met hen werd de volgende overeenkomst gesloten: “Leven, godsdienst en bezit van de Christenen van Nadjran worden hierbij onder de hoede gesteld van Allah en de Profeet. Daarom zal er geen inmenging zijn bij de uitoefening van hun godsdienstplichten, noch zal er verandering komen in hun rechten en privileges; evenmin zullen beelden of kruizen worden ontwijd. Zij mogen niet onderdrukken, maar zij zullen ook niet onderdrukt worden. Zij zullen echter niet de rechten van de bloedwraak mogen uitoefenen zoals in de dagen der onwetendheid.” Ook met de Perzen en de Joden werden dergelijke verdragen gesloten. (Een interpretatie van de Islaam, R.L. Mellema, pag. 27-28)

11. Fitrat betekent o.a.: natuur, aangeboren kwaliteiten, creatie, de natuurlijke constitutie hoe een kind wordt geschapen in de baarmoeder.

12. “Slechts door wederzijds respect en tolerantie te tonen, saamhorigheid te bevorderen en actief natievorming te stimuleren, zullen wij kunnen voortbouwen op het democratisch fundament van de samenleving en succesvol de weg naar welvaart en welzijn afleggen.” (Assembleevoorzitter P. Somohardjo tijdens de inauguratie van de Surinaamse president en vice-president, 12 aug. 2005)

13. “Wij moeten de aanwezige positieve morele waarden in de verschillende religieuze en culturele tradities aanwenden voor de ontwikkeling van de natie. De positieve normen en begrippen van natievorming, zoals culturele diversiteit, respect en tolerantie, democratische beleving en positief leiderschap zullen al in het basisonderwijs onderwezen moeten worden.” (http://www.parbo.com/information/beginselfinale.html)

14. “Onwetendheid kan vertekende beelden opleveren. We weten vaak een heleboel niet van elkaar. Daarom moeten we in het onderwijs jongeren inzicht verschaffen in wat anderen menen, waarom bepaalde feesten worden gevierd, waarom men bepaalde dingen doet of andere niet. Kennis hebben van is belangrijk. Dat moet precies en zorgvuldig gebeuren, zodat geen vertekening ontstaat. ... Dat kan vooroordelen voorkomen.” (Uit een toespraak van de burgemeester van Den Haag, drs. W.J. Deetman, tijdens de conferentie van de Ahmadiyya Anjuman Isha’at Islam (Lahore) Nederland, oktober 2001)

15. In dit opzicht kan worden vermeld dat het Instituut voor Islamitische Studies en Publicaties vanaf de beginjaren van haar bestaan reeds aandacht besteedt aan andere godsdiensten in haar publicaties. Zo verscheen er in Al Haq van november 1972 een artikel over het Divalifeest, en ook in De Dageraad van oktober 2001. In De Dageraad van maart 2001 verscheen een artikel over het Phagwafeest en één over het Paasfeest, en in de januari 2001 editie over het Kerstfeest. Zo kunnen er nog meerdere voorbeelden worden aangehaald, waaronder ook interreligieuze publicaties in Surinaamse dagbladen. Zie voor deze artikelen de interreligieuze rubriek van de IVISEP website.

 
Make Text Bigger Make Text Smaller Reset Text Size