Site navigatie
Home Artikelen Islam algemeen Boosheid, hoe gaan we daarmee om?
Boosheid, hoe gaan we daarmee om?
Written by Dr. Zahid Aziz   

Recentelijk is het onderwerp van “moslimboosheid” en de onrechtvaardigheden die medemoslims elders op de wereld ondergaan zeer op de voorgrond in het nieuws en in discussies getreden. Men zegt dat deze boosheid extremistische groepen aanmoedigt om hun woede en frustratie te koelen door buitensporig geweld, zonder achting voor het nemen van levens van onschuldige mensen. Als het inderdaad boosheid is die deze daden aanwakkert, dan is het voor een moslim een zeer belangrijke zaak om uit te zoeken wat de leer is van de Heilige Koran en de Heilige Profeet Mohammed (vzmh) hoe men zich moet gedragen wanneer men boos is. In de Heilige Koran wordt aan de gelovigen gezegd:

“En haast jullie naar vergeving van jullie Heer en een Tuin, zo groot als de hemelen en de aarde; het is bereid voor degenen die aan hun plicht voldoen: Degenen die uitgeven in voorspoed en in tegenspoed en degenen die (hun) boosheid bedwingen en mensen vergeven. En Allah heeft degenen die goeddoen (aan anderen) lief.” (3:133-134)

De woorden die vertaald zijn als “degenen die (hun) boosheid bedwingen en mensen vergeven” (al-kazimina-l-ghaiz wa-l-‘afina ‘ani-n-nas) betekenen letterlijk: “onderdrukkers van boosheid en vergevers van mensen”, en het woord dat hier voor “mensen” is gebruikt, betekent de mensheid in het algemeen. Zo is het dus hoe moslims naar buiten moeten treden op de wereld, als onderdrukkers van hun boosheid en vergevers van de mensheid. Omdat het begin van deze passage de moslims zegt om zich te haasten om vergiffenis van God te zoeken, duiden deze woorden erop dat we, om die vergiffenis te winnen, onze woede tegen anderen moeten onderdrukken, hen vergeven en in feite goed doen tegenover hen. Hebben we geen dingen gedaan die God boos maakt, en willen we dan dat Hij Zijn boosheid aan ons toont? Zoniet, dan moeten we op gelijke wijze onze boosheid bedwingen tegenover degenen die ons verkeerd hebben behandeld.

Deze passage leert ons drie graden van reactie tegenover degenen die ons verkeerd hebben behandeld, en we dienen op te klimmen naar het niveau dat het meest effectief is onder de omstandigheden. De laagste graad die van ons wordt verlangd, is dat we onze boosheid bedwingen, en dit is het minste wat we kunnen doen. Elke reactie die op boosheid is gebaseerd, zal onvermijdelijk buitensporig en onrechtvaardig zijn, en kan zelfs de benadeelde partij schade berokkenen. Daarom moet onze reactie begrensd zijn tot in de juiste verhoudingen en rationeel. Verder nog dan het onderdrukken van boosheid, kunnen we degenen die ons verkeerd behandelen vergeven in plaats van hen te willen straffen, indien dat ervoor zorgt dat ze hun onrechtvaardig-heden inzien en hun handelwijzen veranderen. Tenslotte kunnen we zelfs nog verder gaan en kwaad met goed vergelden, en ook hier als ze daardoor hun wangedrag opgeven.

Volgens deze passage, loopt de weg naar de hemel alleen via het onderdrukken van uw boosheid en het vergeven van andere mensen.

Op een andere plaats zegt de Koran, terwijl die de goede eigenschappen beschrijft waarnaar de gelovigen dienen te streven:

“En, altijd wanneer zij boos zijn, vergeven zij. … En degenen die zichzelf verdedigen, wanneer zij worden gekweld door een groot onrecht. En de vergelding voor kwaad is een straf daaraan gelijk; maar wie vergeeft en zich betert, zijn beloning ligt bij Allah. … En wie geduld toont en vergeeft — dat is waarlijk een zaak van grote vastberadenheid.” (42:37-43)

Ook dit vers leert dat er absoluut geen represaille bestaat die gevoed wordt door boosheid, zelfs als er sprake is van “een groot onrecht”. Het minimale wat met kan doen is “het gelijke”, ofwel reageren in verhouding tot het kwaad, maar vergiffenis wordt hier drie maal aanbevolen, ook als een middel tegen boosheid. Het woord dat hier vertaald is als “betert” in de zinsnede “wie vergeeft en zich betert” wordt in verschillende koranvertalingen vertaald als “verzoening teweegbrengt”, “zaken rechtzet”, “vrede sticht” of “zich heeft verzoend”.

Rechtvaardigheid boven haat

De Koran draagt de moslims op:

“En laat niet de haat voor een volk — omdat zij jullie verhinderden de Heilige Moskee te bezoeken — jullie aansporen tot overtredingen.” (5:2)

“O jullie die geloven, wees oprecht voor Allah, getuig op rechtvaardige wijze; en laat de haat voor een volk jullie niet aansporen onbillijk te handelen. Wees rechtvaardig; dat staat nader tot de vervulling van jullie plicht. En voldoe jullie plicht aan Allah. Waarlijk is Allah Zich Bewust van wat jullie doen.” (5:8)

Er kunnen begrijpelijke redenen zijn waarom iemand haat en boosheid tegenover een ander volk koestert, maar deze verzen leren de moslims in duidelijke taal dat zulke gevoelens hen niet moeten ophitsen tegen deze anderen tot buitensporige daden en morele en wettige overtredingen. Ze moeten zich niet alleen weerhouden van onbillijke handelingen uit haat tegen een ander volk, maar nog meer dan dat, ze moeten zich strikt eraan houden hen met gelijkheid en rechtvaardigheid te behandelen. Dit wordt hier benadrukt als een deel van de basisplichten van een moslim tegenover God, voor Wie onze handelingen niet verborgen kunnen zijn.

De Hadies over boosheid

Er bestaan verschillende uitspraken van de Heilige Profeet Mohammed die opgetekend staan in alle toonaangevende boeken van de Hadies, die mensen met klem waarschuwen niet uit boosheid te handelen. Bijvoorbeeld:

1. “Een man zei tegen de Profeet, ‘geef mij raad.’ De Profeet zei, ‘word niet boos en woedend.’ De man vroeg (hetzelfde) nogmaals en nogmaals en de Profeet zei telkens, ‘word niet boos en woedend’.” – Boechari, boek: ‘Goede manieren’ (Adaab).

2. “Een rechter mag niet oordelen tussen twee personen wanneer hij in een boze stemming is.” – Boechari, boek: ‘Oordelen’ (Ahkaam).

3. “Een sterk persoon is niet hij die goed kan worstelen, maar een sterk persoon is hij die zichzelf kan beheersen wanneer hij tot woede is gebracht.” – Sahih Muslim, Kitaab al-Birr.

4. “Boosheid is van Satan afkomstig, en Satan is uit vuur geschapen. Alleen water kan vuur doven, dus wanneer iemand van u boos is, dan moet hij de rituele wassing verrichten.” – Mishkat, boek: ‘Goede manieren’ (Adaab).

5. “Hij die zijn boosheid inhoudt, Allah zal Zijn straf van hem weghouden op de Dag des Oordeels.” – Mishkat, boek: ‘Goede manieren’ (Adaab).

Een van zijn uitspraken die specifiek op oorlog betrekking heeft, is als volgt:

“Een man kwam bij de Profeet en vroeg: ‘O Boodschapper van Allah, welke manier van strijden is op de weg van Allah? Want sommigen van ons strijden omdat ze tot woede zijn gebracht en boos zijn, en anderen vanwege hun trots en hooghartigheid.’ De Profeet zei: ‘Hij die strijdt zodat het woord van Allah de overhand krijgt, strijdt op de weg van Allah.’ “ – Boechari, boek: ‘Kennis’ (‘Ilm).

Strijden uit boosheid is dus niet strijden op de weg van Allah. Merk op dat de enige manier van strijd die in de islam is toegestaan het strijden uit zelfverdediging is. Strijden “zodat het woord van Allah de overhand krijgt” betekent daarom strijden om een vijand te verdrijven die het agressieve doel heeft om de islam en de moslims uit te roeien, en strijden om de zaak van de islam over hun doelstellingen de overhand te laten krijgen.

Uit: The Light, Londen, september 2006
Auteur: Dr. Zahid Aziz
Vertaald door Reza Ghafoerkhan

 
Make Text Bigger Make Text Smaller Reset Text Size