Site navigatie
Home Artikelen Mohammed Mohammed, de Beloofde Profeet
Mohammed, de Beloofde Profeet
Written by Riaz Ahmadali   

Begin juni 2001 vindt de ‘Milâd un-Nabî’ plaats, de herdenking van de geboortedag van de heilige profeet Muhammad (vrede zij met hem). Wij zullen in dit artikel enkele aanhalingen uit vroegere Geschriften behandelen, die zijn komst voorspelden.

Genesis 17:20-22

God zei aan Abraham:

“En wat Ismaël betreft: Ik heb u verhoord; zie, Ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar doen zijn en uitermate talrijk maken; twaalf vorsten zal hij verwekken, en Ik zal hem tot een groot volk stellen.”

Deze twaalf zonen vinden wij in Gen. 25:13-16 terug, zoals Misma, Duma, Massa, Hadar en Jetur. Veel van deze namen zijn in Arabië terug te vinden, zoals bijv. de ‘Misma’s’. Voorts is ‘Dumah’ een plek in Arabië; de naam ‘Massa’ is terug te vinden bij een Yemenitische stam; de naam ‘Hadar’ is te herkennen in de naam van de stad ‘Hudaida’ en ook de Jeturs (Arabisch: Yatûr) zijn terug te vinden. De Arabieren (“een groot volk”) stammen dus af van Ismaël, de zoon der slavin. Zie ook Gen. 21:13:

“Maar ook de zoon der slavin zal Ik tot een volk stellen, omdat hij uw nakomeling is.”

Deuteronomium 18:18-20

God sprak tot Mozes:

“Een profeet zal Ik hun verwekken uit het midden van hun broederen, zoals gij zijt; Ik zal Mijn woorden in zijn mond leggen, en hij zal alles tot hen zeggen, wat Ik hem gebied.”

Hieruit blijkt duidelijk, dat de beloofde profeet uit de broederen van de Israëlieten (die afstammen van Izaak), dus uit de Ismaëlieten, zou worden verwekt. Dit kan slechts de profeet Muhammad zijn, aangezien de Arabieren de afstammelingen van Ismaël zijn (zie eerder). De profeet Jezus was een Israëliet.

De profetie vermeldt voorts: “Ik zal Mijn woorden in zijn mond leggen”. De Evangeliën echter bestaan niet uit woorden, die God in Jezus’ mond legde; ze verhalen slechts de geschiedenis van Jezus. De Qur’ân bevat wel letterlijk de woorden van God (32:2).

Verder staat in de profetie vermeld: “hij zal alles tot hen zeggen, wat Ik hem gebied”. Deze profetie (“gebieden”) voorspelt de komst van een Wetgevende profeet. Jezus heeft er echter nooit aanspraak op gemaakt een Wetgevende profeet te zijn! Zie Matth. 5:17-18, volgens welke hij zei:

“Meent niet, dat Ik gekomen ben om de Wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaan, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de Wet, eer alles zal zijn geschied.”

Johannes 16

De profeet Jezus beschouwde zichzelf dus niet als Wetgever, maar eerder als de voorbode van een groter Leraar, die nog komen moest. Zie Joh. 16:12-13:

“Nog veel heb ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.”

Uit het voorgaande blijkt, dat de profetie van Deut. 18 niet in Jezus werd vervuld. Wij kunnen daarom slechts concluderen, dat zowel het Oude als het Nieuwe Testament de komst van een Wetgevende profeet voorspelden, die de wereld ‘in alle waarheid’ zou leiden. Wij zijn van mening dat deze profeet de heilige profeet Muhammad (v.z.m.h.) was om de volgende redenen:

  • de profeet Muhammad, zijnde een Arabier, was een afstammeling van Ismaël, de broeder van Izaak;

  • deze profeet maakte er - als enige - aanspraak op, letterlijk het Woord Gods te verkondigen en alles wat God hem gebood, te spreken (Qur’ân 32:2; 5:68).

Merk op, dat steeds de komst van een profeet wordt voorspeld en nergens de komst van de ‘Zoon van God’. Dat Jezus niet de zoon van God kan zijn blijkt ook uit Psalm 132:11 en Jer. 23:5, waarin vermeld staat dat Jezus ‘uit het zaad Davids’ zou voortkomen.

Jesaja 62:2

“En men zal u noemen met een nieuwe naam, die de mond des Heren zal bepalen.”

Slechts de Muslims maken er aanspraak op dat hun naam, in tegenstelling tot bijv. ‘Jodendom’ of ‘Christendom’, door God is geopenbaard (Qur’ân 22:78; ‘Muslim’ en 5:3; ‘Islâm’).

Psalm 118:22

“De steen, die de bouwlieden verworpen hadden, is tot een hoofd des hoeks geworden.”

Hiernaar verwees Jezus toen hij zei (Matth. 21:42-43):

“Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, die de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een Hoofd des Hoeks. Daarom zeg ik ulieden, dat het koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden, en een volk gegeven, dat zijne vruchten voortbrengt.”

Inderdaad was Ismaël de verworpen zoon van Abraham. Aan zijn nakomelingen (de Arabieren) werd uiteindelijk het koninkrijk Gods gegeven.

Sálomo’s Hooglied

Hierin vinden we een duidelijke beschrijving van de profeet Muhammad (5:10-16); hij wordt in het Hooglied aangeduid met het Hebreeuwse woord “Mahammadîm”.

De voorspelling van de komst van de heilige profeet Muhammad door verscheidene eerdere profeten bewijst, dat alle openbaringen van één Bron afkomstig zijn. Daarom beveelt Allâh de Muslims om in de komst van alle eerdere profeten en geopenbaarde Boeken te geloven (Qur’ân 2:4; 2:136). Omdat de profeet Muhammad als laatste der profeten kwam werd hij, om een wereldwijde eenheid te bewerkstelligen, met de waarheid gezonden tot alle volkeren (Qur’ân 34:28). Jezus bijv. werd gezonden “tot de verlorene schapen van het huis Israëls” (Matth. 15:24).

Tot slot: St. Barnabas

De duidelijkste voorspellingen van de komst van de profeet Muhammad (v.z.m.h.) vinden wij echter in het Evangelie volgens St. Barnabas (Evangelium Barnabe). Zie bijv. 163:180:

“Toen zei Jezus: ‘predestinatie is zo geheim, broeders, waarlijk ik zeg u, dat het aan niemand behalve een bepaald persoon duidelijk gemanifesteerd zal worden; hij is het naar wie de naties uitkijken, aan wie de geheimen van God zo manifest zijn dat, als hij op de wereld komt, diegenen gezegend zullen zijn die naar zijn woorden luisteren, omdat God hen met Zijn genade zal overschaduwen, zoals deze palmboom ons overschaduwt.’ De discipelen vroegen: ‘O Meester, wie zal de man zijn van wie u spreekt, wie zal op de wereld komen?’ Jezus antwoordde: ‘Hij is Muhammad, de Boodschapper van God.’”

Ook in 97:12-17 en 44:25-32 van dit Evangelie wordt de naam ‘Muhammad’ letterlijk genoemd.

Is deze letterlijke aanduiding de reden waarom dit Evangelie werd verboden (decreet van de Westerse kerk; 382 n.C., van Innocentius 1; 456 n.C. en van Gelasius; 496 n.C.)? Wij zullen het waarschijnlijk nooit met zekerheid weten.

Opgemerkt kan worden dat de komst van de profeet Muhammad ook o.a. in Hindu geschriften voorspeld is, zoals in de Bhavishja Purana en de Atharva Veda.

Lees ook het artikel 'De profeet Mohammed in Hindoe geschriften', elders op deze site.

 
Make Text Bigger Make Text Smaller Reset Text Size