Site navigatie
Home Artikelen Interreligieus Huwelijk van moslims met niet-moslims
Huwelijk van moslims met niet-moslims

Het Koranvers 5:5 geeft moslimmannen uitdrukkelijk toestemming om te trouwen met vrouwen, die het Boek volgen:

“Deze dag zijn u (al) de goede dingen geoorloofd, en het voedsen van degenen aan wie het Boek is gegeven, is u geoorloofd en uw voedsel is hun geoorloofd; en de kuisen uit het midden van de gelovige vrouwen en de kuisen uit het midden van hen aan wie het Boek vóór u is gegeven (zijn u geoorloofd), wanneer u haar haar bruidsschatten heeft gegeven, (met haar) in het huwelijk tredende, geen ontucht plegende, noch haar in het verborgen tot bijzitten nemende; en wie het geloof loochent, zijn werk baat inderdaad niet en in het hiernamaals zal hij (één) van de verliezers zijn.” (5:5)

Uit dit vers wordt door de moslimgeleerden over het algemeen afgeleid, dat deze toestemming slechts voor de moslimman geldt, doch niet voor de moslimvrouw, hoewel zo’n verbod voor de moslimvrouw niet in het vers staat vermeld.

Huwelijken, die uitdrukkelijk verboden zijn, staan vermeld in de verzen 2:221, 24:3 en 4:23-24. Hieromtrent zijn de volgende aandachtspunten belangrijk:

1. het vers 2:221 verbiedt zowel de moslimman als de moslimvrouw om te trouwen met afgodendienaressen, resp. afgodendienaren (het is uitdrukkelijk tot beide seksen gericht); (noot 1)

2. het vers 24:3 verbiedt alle gelovigen (dus zowel man als vrouw) om te trouwen met een echtbreker of echtbreekster; (noot 2)

3. het vers 60:10 vermeldt een verbod aan gelovige vrouwen om te trouwen met afgodendienaren; (noot 3)

4. de verzen 4:23-24 behandelen de categorieën van vrouwen, die voor de man verboden zijn om mee te trouwen (moeder, dochters, zusters, enz.). (noot 4) Het is logisch dat deze verboden ook voor moslimvrouwen gelden; ook dezen mogen derhalve niet trouwen met hun vaders, zonen, broers, enz., ook al staat dit niet uitdrukkelijk in het vers vermeld.

Analyse van bovenvermelde Koranverzen

a. Uit de punten (1) en (2) hierboven blijkt, dat de categorieën van mannen waarmee een moslimvrouw niet mag trouwen, evenals de categorieën vrouwen waarmee een moslimman niet mag trouwen, specifiek staan vermeld (afgodendienaren/dienaressen en echtbrekers/breeksters).

b. In punt (3) wordt een vers aangehaald waaruit blijkt, dat het gelovige vrouwen niet is toegestaan om te huwen met afgodendienaren; het is te begrijpen dat dit verbod ook voor gelovige mannen geldt (zie ook punt 1 hierboven).

c. Uit punt (4) kan een afgeleide (ofwel niet rechtstreekse) categorie van mannen worden geïdentificeerd, waarmee een moslimvrouw niet mag trouwen; dit vers is tot de man gericht, doch is – gezien de inhoud ervan – logischerwijs ook voor de vrouw bedoeld.

d. Naast deze verzen dienen we ook het vers 5:87 in beschouwing te nemen; dit vers verbiedt de gelovigen de goede dingen, die Allah wettig heeft gemaakt, verboden te verklaren. (noot 5) Als we wat dan ook verboden verklaren, moet dat derhalve op een duidelijke bron gebaseerd zijn, anders gaan we tegen Allah's gebod in.

e. Analoog aan het voorgaande kan worden opgemerkt, dat het Koranvers 5:5 specifiek tot de man is gericht, doch geen specifiek verbod bevat voor moslimvrouwen om mannelijke volgelingen van het Boek te huwen. Hieruit volgt, dat het vers 5:5 geen verbod bevat voor moslimvrouwen om volgelingen van het Boek te huwen; zelfs zou kunnen worden geconcludeerd – gezien de eerder behandelde afgeleide regelingen (zie punten b en c) – dat het vers 5:5 een afgeleide toestemming verleent aan moslimvrouwen om volgelingen van het Boek te huwen.

Enkele aandachtspunten tot slot

De twijfel om moslimvrouwen met niet-moslimmannen te laten trouwen is begrijpelijk. Bij een huwelijk is het namelijk zo, dat de vrouw over het algemeen bij de familie van de man intrekt. Ingeval een moslimman met een volgelinge van het Boek trouwt en zij bij zijn familie intrekt, zal zij van die familie de ruimte krijgen haar godsdienst te belijden, aangezien het voor een moslim voorgeschreven is in vorige openbaringen en hun profeten te geloven. (noot 6) Indien echter een moslimvrouw bij de familie van een niet-moslimman intrekt, zou het voor haar moeilijk kunnen worden haar geloof te belijden, aangezien andere godsdiensten een dergelijke inter-religieuze tolerantie niet kennen.

Verder dient ook het begrip “volgeling van het Boek” nader te worden uitgelegd. In de enge interpretatie worden hiermee slechts de joden en de christenen bedoeld, maar aangezien de Koran stelt dat ieder volk een boodschapper heeft gehad, (noot 7) uitgezonderd de afgodendienaren vóór de tijd van de profeet Mohammed (32:3, 36:6), kan de omschrijving “volgeling van het Boek” ruim worden geïnterpreteerd en kunnen ook belijders van andere godsdiensten (hindoes, boeddhisten e.a.) hiertoe worden gerekend. Vandaar dat maulana Muhammad Ali in zijn boek "De Religie van de Islam", hoofdstuk "Het huwelijk", schrijft:

"Omdat de Heilige Koran zegt, dat aan alle volkeren van de wereld openbaring werd geschonken, en dat slechts de Arabische afgods dienaren niet gewaarschuwd waren, volgt daaruit duidelijk, dat slechts met deze Arabische afgodsdienaren huwelijksbetrekkingen verboden waren en dat het een moslim geoorloofd was een vrouw te huwen, die tot enig ander volk van de wereld behoorde, dat een geopenbaarde godsdienst beleed. De christenen, de joden, de parsi's, de boeddhisten en de hindoes vallen alle onder deze categorie; en het zal wel duidelijk zijn, dat, ook al wordt de christelijke leer, volgens welke Jezus een God of zoon Gods wordt genoemd, als sjirk veroordeeld, de christenen nochtans als belijd er van een geopenbaarde godsdienst worden behandeld en niet als moesjrikien, en dat huwelijksbetrekkingen met hen toegestaan zijn. Het geval van al degenen, aan wie oorspronkelijk een geopenbaarde godsdienst is geschonken - al mogen zij zich thans schuldig maken aan sjirk - kan op dezelfde wijze worden behandeld, en parsi- en hindoe vrouwen kunnen ten huwelijk worden genomen, als ook degenen, die de godsdienst van Confucius of van Boeddha of van Tao belijden."

Een vorm van ruimdenkendheid die bij vele hedendaagse moslimgeleerden helaas zoek is geraakt!

Het is overigens denkbaar dat het de voorkeur verdient om een moslimman met een moslimvrouw te laten trouwen en vice versa. Indien echter de situatie zich voordoet dat een moslimman of –vrouw een huwelijk wenst aan te gaan met een niet-moslim, die echter wel tot een volgeling van het Boek kan worden gerekend, is het niet verkeerd om zo’n huwelijk in overweging te nemen. Indien getracht wordt om dergelijke huwelijken koste wat het kost tegen te gaan, kunnen zich situaties voordoen waarbij jonge mensen zelfmoord plegen, weglopen van huis, enz., zoals in de praktijk regelmatig gebeurt. Dit is heel jammer, aangezien er geen gefundeerde gronden zijn om gemengde huwelijken te verbieden.

Onder vele moslimgroeperingen heerst de mening, dat een huwelijk van moslimmannen met volgelingen van het Boek wel toegestaan is, doch dat de vrouw verplicht is de islam aan te nemen. Als we echter het Koranische gebod “Er is geen dwang in de godsdienst” (2:256) in beschouwing nemen, kan gemakkelijk worden ingezien dat deze mening onjuist is.

Concluderend kan gesteld worden dat het voor moslimmannen toegestaan is om met een vrouw te trouwen die tot een volgeling van een eerdere openbaring kan worden gerekend; evenzo kan het als toegestaan worden beschouwd dat een moslimvrouw trouwt met een man die tot een volgeling van een eerdere openbaring kan worden gerekend.

Voetnoten

Noot 1. “En huw niet met de afgodendienaressen tot zij geloven, en waarlijk, een gelovige dienstmaagd is beter dan een afgodendienares, zelfs al bevalt zij u; en geef (gelovige vrouwen) niet ten huwelijk aan afgodendienaren, tot zij geloven, en waarlijk, een gelovige dienstknecht is beter dan een afgodendienaar, zelfs al bevalt hij u; dezen nodigen tot het vuur, en God nodigt tot de tuin en tot vergiffenis, door Zijn wil, en maakt de mensen Zijn mededelingen duidelijk, opdat zij gedachtig zullen zijn.” (Koran 2:221)

Noot 2. “De echtbreker zal niemand huwen behalve een echtbreekster of een afgodendienares, en (aangaande) de echtbreekster, niemand zal haar huwen behalve een echtbreker of een afgodendienaar, en dit is de gelovigen verboden.” (Koran 24:3)

Noot 3. “O gij die gelooft! Wanneer gelovige vrouwen tot u komen vluchten, onderzoek naar dan; God kent haar geloof het best; en indien u weet dat zij gelovige vrouwen zijn, zend haar niet tot de ongelovigen terug; noch zijn hun deze (vrouwen) geoorloofd, noch zijn haar die mannen geoorloofd; en geef hun terug wat zij hebben uitgegeven; en geen blaam kleeft u aan, haar te juwen, wanneer u haar haar bruidsschatten geeft; en houd niet vast aan de huwelijksbanden van ongelovige vrouwen, en vraag wat u hebt uitgegeven, en laat hen vragen wat zij hebben uitgegeven. Dat is Gods oordeel; Hij richt tussen u; en God is Wetend, Wijs.” (Koran 60:10)

Noot 4. “Verboden zijn voor u uw moeders en uw dochters en uw zusters en uw tantes van vaderszijde en uw tantes van moederszijde en dochters van broeders en dochters van zusters en uw moeders die u gezoogd hebben en uw zoogzusters en moeders van uw vrouwen en uw stiefdochters die in uw voogdijschap zijn (geboren) van uw vrouwen, tot wie u ingegaan bent – maar indien u niet tot haar ingegaan bent, is er geen blaam op u (haar te huwen) – en de vrouwen van uw zonen, die van uw eigen lendenen zijn, en dat u twee zusters tegelijk hebt, behlave wat reeds voorbijgegaan is; waarlijk, God is Vergevensgezind, Genadig. En alle getrouwde vrouwen, behalve degenen die uw rechterhanden bezitten; (dit is) Gods ordonnantie tot u, en wettig voor u zijn (alle vrouwen) behalve die, mits u (haar) met uw bezittingen zoekt, (haar) huwende, geen ontucht plegende. Dan aangaande degenen, bij wie u baat vindt (door trouwen), geef haar haar vastgestelde bruidsschatten; en er is geen blaam op u aangaande datgene waarover u het onderling eens bent, nadat (de bruidsschat) bepaald is; waarlijk, God is Wetend, Wijs.” (Koran 4:23-24)

Noot 5. “O gij, die gelooft! Verbied uzelf de goede dingen, die Allah u wettig heeft gemaakt, niet en overschrijd de grenzen niet; waarlijk, Allâh heeft degenen die de grenzen overschrijden niet lief.” (Koran 5:87)

Noot 6. “Zeg: Wij geloven in God en in hetgeen ons is geopenbaard, en in hetgeen aan Abraham en Ismaël en Izak en Jakob en de stammen werd geopenbaard, en in hetgeen aan Mozes en Jezus werd gegeven, en in hetgeen aan de profeten van hun Heer werd gegeven; wij maken geen onder-scheid tussen wie ook van hen, en aan Hem (God) onderwerpen wij ons.” (Koran 2:136)

Noot 7. “En er is geen volk, of een waarschuwer is onder hen geweest.” (Koran 35:24)

 
Make Text Bigger Make Text Smaller Reset Text Size