Site navigatie
Home Artikelen Maatschappij Islam en homoseksualiteit
Islam en homoseksualiteit
Written by Yahya Keeskamp   

De Heilige Koran is het heilige boek van de Moslims en bevat rechtstreeks de woorden die God tot de Profeet Mohammed (vzmh) heeft gesproken.

De Koranverzen, die duidelijk over homoseksualiteit handelen, zijn o.a. te vinden in hoofdstuk 8, verzen 80 en volgende. Hieronder de verzen 80 en 81:

“En (Wij stuurden) Lot, toen hij tegen zijn volk zei: Begaan jullie een walgelijke daad die vóór jullie nog niemand in de wereld heeft begaan? Jullie benaderen immers mannen met lust in plaats van vrouwen. Nee, jullie zijn een volk dat de grenzen overschrijdt.”

Een oppervlakkige beschouwing zou tot de conclusie kunnen leiden, dat deze Koranverzen homoseksualiteit in alle opzichten verbieden. Een nadere analyse leidt echter tot andere conclusies, zoals verder zal blijken.

Het is bekend, dat homo’s slechts enkele procenten van de samenleving uitmaken.
Verder is er in de wetenschap een onderscheid tussen homo’s die van nature neigen naar het eigen geslacht, en andere homo’s (die het bijv. slechts voor hun plezier doen, of die zowel op mannen als op vrouwen vallen).

In het geval van Lot, zoals hierboven vermeld, gaat het duidelijk niet om homo’s die van nature zo zijn geschapen. Ten eerste gaat het om een heel volk dat uit wellust homoseksuele daden begaat. Ten tweede gaat het om mannen die vrouwen hadden, zoals de zinsnede “Jullie benaderen immers mannen met lust in plaats van vrouwen” aanduidt. De mannen of vrouwen, die van nature naar het eigen geslacht neigen, vallen dus niet onder dit vers.

Hoe zit het dan met dat kleine percentage homo’s, dat van nature een neiging heeft naar het eigen geslacht?
Deze kwestie zullen wij aan de hand van enkele andere Koranverzen behandelen.

A. Regels en uitzonderingen

De Heilige Koran bevat regels, en ook vele uitzonderingen op de regels. Enkele voorbeelden.

1. Voedingsmiddelen, die voor moslims verboden zijn, staan onder andere vermeld in hoofdstuk 2, vers 173:

“Hij (God) heeft jullie slechts verboden wat uit zichzelf sterft, en bloed, en het vlees van varkens, en datgene waarover enige andere (naam) dan (die van) God is aangeroepen. Wie er dan wordt gedreven door noodzaak en niet begeert, en die de grenzen niet overschrijdt, aan hem kleeft geen zonde. Waarlijk is God Vergevensgezind, Barmhartig.”

Het onderstreepte deel geeft aan, dat in nood de verboden voedingsmiddelen wel genuttigd mogen worden.

2. Het welbekende vasten van de Moslims is vastgesteld in hoofdstuk 2, verzen 183 en volgende.
Hieronder halen wij aan de verzen 183-184:

“O jullie die geloven, het vasten is jullie voorgeschreven zoals het was voorgeschreven aan degenen vóór jullie, opdat jullie je zullen hoeden voor het kwaad.
Voor een bepaald aantal dagen. Maar wie van jullie ziek is, of op reis, (die zal) een (gelijk) aantal andere dagen (vasten). En degenen die het bijzonder moeilijk vinden kunnen inlossing bewerkstelligen door een arme te voeden.”

Ook hier blijkt een uitzondering op de regel. Indien iemand gedurende de vastenmaand niet kan vasten, is hij/zij daarvan vrijgesteld. De gemiste dagen moeten dan na de vastenmaand worden ingehaald.

Analoog hieraan zou kunnen worden gesteld dat ook dat kleine percentage mannen, die naar het eigen geslacht neigt, onder een uitzonderingsregeling zou kunnen vallen.

B. Doel van het huwelijk

Het belangrijkste doel van het huwelijk, zoals de Islam dat ziet, is niet om kinderen te krijgen, maar dat de partners rust en tederheid bij elkaar vinden. Zoals de Koran vermeldt in hoofdstuk 30, vers 21:

“En een van Zijn tekenen is deze, dat Hij voor jullie partners schiep uit jullie zelf, opdat jullie gemoedsrust in hen zouden vinden, en Hij plaatste liefde en hartstocht tussen jullie. Waarlijk schuilen hierin tekenen voor een volk dat nadenkt.”

Aan de hand van dit vers kunnen we stellen, dat een man niet zal trouwen met een vrouw (of een vrouw met een man), bij wie geen gemoedsrust, liefde en hartstocht zal worden gevonden.
Het is dus logisch dat een man of vrouw, die zich tot hetzelfde geslacht aangetrokken voelt, geen gemoedsrust, liefde en hartstocht zal kunnen vinden bij iemand van het andere geslacht. Indien zo iemand toch met iemand van het andere geslacht zou trouwen, zou dit indruisen tegen de doelstellingen die de Islam aan een huwelijk toekent. We kunnen dus van zulke mensen niet verwachten, dat ze iemand van het andere geslacht huwen.

C. Grenzen van de vermogens

Een ziel kan dus alleen iets worden aangerekend voorzover die ziel bepaalde vermogens heeft.
Iemand, die bijv. suikerziekte heeft, kan niet worden aangerekend als hij/zij de vastenplicht niet kan vervullen.
Iemand, die bijv. geestelijk gehandicapt is, kan niet worden aangerekend als hij/zij de dagelijkse gebeden niet kan verrichten, of de Koran niet kan begrijpen.
Zo kan ook iemand, die geen liefde voelt voor het andere geslacht, niet worden aangerekend indien hij of zij zich tot iemand van hetzelfde geslacht aangetrokken voelt.
De Heilige Koran behandelt deze kwestie in hoofdstuk 24 vers 61 en in hoofdstuk 48 vers 17:

”De blinde treft geen blaam, noch treft de kreupele enige blaam, noch treft de zieke blaam.”

Iemand, die zodanig geschapen is dat hij/zij alleen voor iemand van hetzelfde geslacht liefde en genegenheid kan voelen, kan dat dus niet worden aangerekend.

Verder stelt de Heilige Koran in hoofdstuk 2 vers 286 enkele belangrijke kwesties aan de orde:
1. dat God geen ziel een plicht oplegt, die ze niet kan dragen;
2. dat hetgeen de ziel verdient aan goed of kwaad, voor die ziel zelf is;
3. een belangrijke bede om vergeving en bevrijding van lasten.

Het vers in kwestie luidt als volgt:

“God legt geen ziel een taak op die haar reikwijdte te boven gaat.
Voor haar is hetgeen zij verdient (aan goed) en tegen haar is hetgeen zij teweegbrengt (aan kwaad).
Onze Heer, straf ons niet wanneer wij (iets) vergeten of een fout maken.
Onze Heer, leg ons geen last op zoals U (die) degenen vóór ons oplegde.
Onze Heer, leg ons geen (kwellingen) op waarvoor wij de kracht niet hebben ze te dragen.
En vergeef ons! En schenk ons bescherming! En heb genade met ons!
U bent onze Beschermheer, dus schenk ons de overwinning op de ongelovige mensen.”

Verder leert het vers, dat de buitenwereld niets te maken heeft met de goedheid of slechtheid van anderen: “Voor haar (de ziel) is hetgeen zij verdient (aan goed) en tegen haar is hetgeen zij teweegbrengt (aan kwaad).”
Het is de persoon zelf, die de motivaties voor zijn/haar handelingen zal moeten verantwoorden.

En voorzover iemand op grond van redenering een beslissing neemt die misschien verkeerd is (bijv. iemand van hetzelfde geslacht als partner nemen), bevat voornoemd vers smeekbeden tot vergiffenis.

Niemand is volmaakt. De ene persoon houdt zich misschien niet aan de voedselvoorschriften van de Koran, en een ander houdt zich misschien niet aan de verplichtingen (gebed, vasten, zakaat, etc.) die de Islam voorschrijft. Nochtans kunnen ook deze mensen goede eigenschappen in hun karakter hebben. Zo kan ook niet per definitie worden gesteld dat homo’s slechte en verfoeilijke mensen zijn. Ook zij kunnen goede eigenschappen in hun karakter hebben.

D. Dierenrijk

Homoseksualiteit komt overigens niet alleen bij mensen voor. Ook in het dierenrijk is dit verschijnsel te vinden. Zie hiervoor diverse krantenberichten en wetenschappelijke publicaties, zoals “Guided/Gayded tours” (26 juli 2000, waarin dieren uit Artis worden aangehaald die zich tot hetzelfde geslacht aangetrokken voelen), “Homoseksualiteit onder dieren komt voor” (Amerikaans boek bewijst dat), etc.

Conclusie

Of iemand, die zich van nature zich tot hetzelfde geslacht aangetrokken voelt, verkeerd is, kan niet rechtstreeks uit de Heilige Koran worden afgeleid. Zulke personen, die slechts een klein percentage van de samenleving uitmaken, vallen onder een uitzonderingspositie. Ongeacht of zo’n aantrekkingskracht goed of fout is, moeten we ervan uitgaan dat ook zulke personen goede eigenschappen in zich kunnen hebben. Voorts dienen deze mensen God te vragen om hen hun eventuele foute handelingen te vergeven en om hen datgene, waarvoor ze geen kracht hebben, niet aan te rekenen. Dit is overigens een bede, die door een ieder kan worden gedaan.
Zij die zich tot het andere geslacht aangetrokken voelen, maar nochtans ervoor kiezen om met iemand van hetzelfde geslacht een intieme relatie te onderhouden, gaan wel tegen duidelijke verboden van de Koran in.

Tenslotte willen wij erbij vermelden dat de regels die in het algemeen gelden binnen een huwelijk, uiteraard ook moeten gelden indien “van nature geboren” homo's ervoor kiezen met elkaar samen te gaan. Dat zijn dus de regels van het zich houden aan één partner, zich niet in het openbaar inlaten met allerlei intiem gedrag, etc. Ook het deelnemen aan de zogenaamde “gay parades” lijkt ons niet gepast. Het is niet nodig dat homo's met hun seksuele geaardheid te koop lopen of er trots op moeten zijn.

Lees het volledig onderzoeksdocument van dhr. Yahya Keeskamp hier.

 
Make Text Bigger Make Text Smaller Reset Text Size