Site navigatie
Home Artikelen Maatschappij Arrogantie - de Islamitische visie
Arrogantie - de Islamitische visie
Written by Riaz Ahmadali   

Regelmatig komen wij mensen tegen die menen alles beter te weten, die menen anderen steeds een lesje te moeten leren (en dan het liefst in het openbaar), die keer op keer weer opscheppen over wat ze op deze wereld bereikt / verdiend hebben, enz. enz. Dergelijk gedrag wordt zelfs door mensen met een voorbeeldfunctie in de maatschappij tentoongespreid in gebedshuizen, op begraafplaatsen e.a. openbare gelegenheden. Wij gingen na wat de Heilige Qur’ān over dergelijk gedrag vermeldt en kwamen tot de volgende bevindingen.

Om te beginnen drie verzen die in het algemeen over arrogantie handelen:

“En wend uw gezicht niet in minachtig af van de mensen, en wandel niet hoogmoedig in het land. Waarlijk, Allāh heeft geen verwaande opschepper lief.” (31:18)

“Waarlijk, Allāh heeft hem die hoogmoedig, grootsprakig is niet lief.” (4:36)

“En wat betreft degenen die afwijzen en hoogmoedig zijn, Hij zal hen met een pijnlijke kastijding kastijden.” (4:173)

De lezer zal ongetwijfeld ook wel mensen zijn tegengekomen die opscheppen over iets, dat ze niet zelf tot stand hebben gebracht, ofwel andermans eer opstrijken. Ook hierover is de Qur’ān duidelijk (3:187):

“Denk niet, dat degenen die zich verheugen over hetgeen zij gedaan hebben en graag geprezen willen worden over dat wat zij niet gedaan hebben ... denk in geen geval, dat zij aan de straf zullen ontkomen, en voor hen is een pijnlijke kastijding.”

Aangaande degenen die graag met kop en schouders boven anderen wensen uit te steken, vermeldt de Qur’ān in 17:37-38:

“En wandel niet hoogmoedig in het land, want u kunt de aarde niet doorsnijden, en ook niet de bergen in hoogte bereiken. Dit alles – het kwaad daarvan – is hatelijk in de ogen van uw Heer.”

Voor wat betreft degenen die hun minderen met minachting behandelen en met stemverheffing spreken vermeldt de Qur’ān, enigszins humoristisch, in 31:18-19:

“En wend uw aangezicht niet met minachting van de mensen af, en wandel niet hoogmoedig in het land; waarlijk, Allāh heeft geen verwaande bluffer lief. En volg de rechte weg in uw gang en laat uw stem dalen; waarlijk, de afschuwelijkste der stemmen is het balken der ezels.”

De beste manier om mensen voor zich te winnen, is door hen met zachtheid te behandelen. Zoals de Qur’ān vermeldt in 3:158:

“Derhalve is het aan Allāh’s genade toe te schrijven dat u hen zachtmoedig bejegent, en was u ruw, hardvochtig geweest, dan zouden zij zich van rondom u verstrooid hebben ...”

Vandaar dat de Qur’ān (16:125) vermeldt dat men zich ook in discussies netjes en correct dient te gedragen; arrogant gedrag en stemverheffing zullen de mensen slechts afstoten:

“Roep tot de weg van uw Heer op met wijsheid en uitnemende vermaning en redetwist met hen op de beste wijze.”

Er zijn ook lieden die menen boodschappen van Allāh naar believen te interpreteren en, zoals het hun uitkomt, steeds op een andere manier toe te passen. Hierover zegt de Qur’ān in 40:56:

“Waarlijk, aangaande degenen die over de mededelingen van Allāh twisten, zonder enig gezag dat tot hen is gekomen. Er is niets in hun harten, dan (de begeerte) om groot te worden, hetgeen zij nooit zullen bereiken.”

Ook over de bestraffing na dit leven is de Qur’ān duidelijk:

"En de bewoners van de verheven plaatsen zullen de mensen, die zij aan hun merktekenen herkennen, toeroepen, zeggende: uw vergaringen en uw arrogantie waren u niet tot nut." (7:48)

"En degenen die Onze mededelingen verwerpen, en zich in hoogmoed daarvan afwenden, deze zijn de bewoners van het Vuur. Zij zullen daarin verblijven." (7:36)

"Treed derhalve de poorten van de hel binnen, om daarin te verblijven. Slecht is inderdaad de verblijfplaats van de hoogmoedigen." (16:29)

Degenen die zich ten onrechte hoogmoedig gedragen, zullen geen leiding van Allāh krijgen. Nee, als zij tekenen van Hem te zien krijgen, zullen zij daarin niet eens geloven! Zoals de Qur’ān vermeldt in 7:146:

“Ik (Allāh) zal degenen, die onrechtmatig hoogmoedig op de aarde zijn, van Mijn mededelingen afwenden. En indien zij ieder teken zien, dan zullen zij daarin niet geloven. En indien zij de weg van de rechtschapenheid zien, nemen zij die niet tot een weg, en indien zij de weg van de dwaling zien, nemen zij die tot een weg. Dit komt doordat zij Onze mededelingen geloochend hebben en daaromtrent achteloos zijn geweest.”

Niet alleen de Heilige Qur’ān veroordeelt arrogant gedrag, maar ook de samenleving is het er over eens dat dergelijk gedrag zeer afkeurenswaardig is. Niet voor niets zijn de volgende spreuken zeer bekend:

  • “Hoogmoed komt voor de val.”
  • “Eenvoud siert de mens.”

Wij spreken de hoop uit dat een ieder, in het bijzonder degenen onder ons die een voorbeeldfunctie bekleden, zich op een gepaste wijze tegenover zijn / haar medemensen zullen gedragen, naar het voorbeeld van de profeet Muhammad, Mahatma Gandhi en andere zeer gewaardeerde, doch zeer bescheiden figuren uit de historie van de mensheid.

En als u, lezer, ooit lieden tegenkomt die zich schuldig maken aan arrogantie, trots, hoogmoed, eigendunk, grootheidswaanzin, of hoe u het ook wilt noemen, zoek dan troost in de Qur’ān, vers 10:65:

“En laat hun taal u niet bedroeven; waarlijk, de macht is geheel en al Gods; Hij is de Horende, de Wetende.”

 
Make Text Bigger Make Text Smaller Reset Text Size