|
Instituut
voor Islamitische
|
|
|||
| Ar-Risaalah vraagbaak Als reactie op onze nieuwsitem in Ar-Risaalah van 30 augustus 2008, getiteld: “Koran vrouwvriendelijker dan gedacht”, waarin onder andere staat vermeld dat de onderzoekers nergens in de Koran zijn tegengekomen dat hoofddoekjes verplicht zijn, reageerde een lezer door te stellen dat de hoofddoek wel degelijk een plicht is voor Moslimvrouwen. Als reactie hierop willen wij vermelden dat wij als redactie geen uitspraak hebben gedaan over het wel of niet verplicht zijn van de hoofddoek. Wij hebben slechts het onderzoek vermeld, zoals dat op de website Telegraaf.nl vermeld stond. Over de kwestie of hoofddoekjes al dan niet verplicht zijn, kunt u het artikel hieronder raadplegen. Is de hoofddoek verplicht in de Islam?
Uit: De Religie van de Islam Al wat de Koran eist, is, dat de vrouwen fatsoenlijk gekleed zijn als zij uitgaan en dat zij hun boezem niet onbedekt laten. Dit wordt duidelijk aangetoond in 24:31: “En zeg tegen de gelovige vrouwen dat zij … hun verfraaiingen niet tonen behalve wat daarvan zichtbaar is. En laat hen hun hoofdbedekking over hun boezems dragen.” Tot het pre-islamitische gebruik in Arabië om de schoonheid ten toon te spreiden behoorde het onbedekt laten van de boezem, en vandaar het bevel betreffende het bedekken van de boezem. Zodoende werd er onderscheid gemaakt tussen de kleding van de vrouw binnenshuis en wanneer zij zich in het openbaar vertoonde. In het eerste geval werd het hen toegestaan het zich gemakkelijker te maken ten aanzien van hun kleding, maar in het openbaar moesten zij het daarmee nauw nemen, zodat hun uiterlijk alleen al op ingetogenheid wijst. Bij een andere gelegenheid werd geëist dat de moslimvrouwen kleding droegen, die er zodanig uitzag dat het hen onderscheidde van vrouwen die geen goede reputatie hadden: “O Profeet, vertel jouw echtgenotes en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun overkleren over zich heen draperen. Dit is fatsoenlijker, opdat zij herkend zullen worden en niet lastig gevallen” (33:59). Het schijnt dat dit bevel vereist werd door de bijzondere omstandigheden die er toen in Medina heersten, waar de huichelaars een goede moslimvrouw, die voor zaken uitging, lastig vielen en dan het excuus aanvoerden, dat zij haar voor een vrouw van slechte reputatie hadden aangezien. Daarop wordt in het volgende vers duidelijk gezinspeeld: “Als de hypocrieten en degenen in de harten van wie een ziekte schuilt en de onruststokers in Madinah zich er niet bij neerleggen, dan zullen Wij jou zeker aansporen tegen hen, en dan zullen zij daar slechts voor korte tijd jouw buren zijn” (33:60). Het Arabische woord voor overkleed is ‘djilbab’ en het betekent ‘een kleed, waarmee de vrouw haar andere kleren bedekt of een hoofdbedekking van een vrouw of een kleed waarmee zij haar hoofd en boezem bedekt’ (LL.). Het kan een deel van een gewoon kledingstuk zijn, of een soort overjas. Het dragen ervan is ook niet onder alle omstandigheden verplicht. Het is eigenlijk een soort van bescherming, als er vrees bestaat voor moeilijkheden, en in het geval van oudere vrouwen is het geheel en al overbodig gemaakt, zoals ons elders wordt gezegd: “En wat betreft vrouwen die geen kinderen meer kunnen krijgen, en die geen hoop meer hebben op een huwelijk, voor hen is het geen zonde om hun kleren uit te trekken zonder hun verfraaiingen te vertonen” (24:60). Tot zover het citaat uit 'De Religie van de Islam'. In het boek ‘Een tipje van de sluier’ door Joris Luyvendijk, uitgeverij Podium, Amsterdam, 2001, lezen wij dat er diverse interpretaties zijn over de hoofddoek. Zo schrijft hij: “De uiteenlopende ideeën over de hoofddoek worden weerspiegeld in de manier waarop islamitische landen ermee omgaan. De overgrote meerderheid laat het aan de gelovigen zelf over, met verwijzing naar de dubbelzinnige inhoud van de koranverzen die over de hoofddoek spreken.” Tot zover het citaat uit 'Een tipje van de sluier'. De 'dubbelzinnige inhoud' waar de heer Luyvendijk het over heeft, betreft de taalkundige interpretatie van de verzen 24:31 en 33:59. De respectieve zinsnedes "Laat hen hun hoofdbedekking over hun boezems dragen" en "O Profeet, vertel jouw echtgenotes en jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun overkleren over zich heen draperen" bevatten niet het bevel om het hoofd te bedekken, maar om de boezem te bedekken.
|