Instituut voor Islamitische
Studies en Publicaties

 
 

 

Deze site tot uw startpagina maken? Klik hier!

De Dageraad, editie april-juni 2002

download print versie: RIGHT-CLICK --> save target as
download ENGELSE versie: RIGHT-CLICK --> save target as



REDACTIONEEL

Beste lezers,

Vrede zij met u.

In deze editie treft u een zestal artikelen aan, welke gedurende de afgelopen weken vanwege ons Instituut in het Surinaams dagblad ‘De Ware Tijd’ verschenen.

Zoals in onze vorige editie vermeld, zou dit tijdschrift voortaan tweetalig uitkomen, t.w. in het Nederlands en in het Engels. Besloten is de Engelstalige editie te beperken tot tweemaal per jaar, aangezien er sinds kort een samenwerking bestaat met ‘The Message’ (Trinidad) en ‘The Muslim Times’ (Guyana) v.w.b. het uitwisselen van artikelen. De noodzaak om zelf een Engelstalige editie uit te geven is hierdoor gedeeltelijk komen weg te vallen.

Aangezien onze vorige editie het tiende tijdschrift was welke onder deze redactie uitkwam, zijn elders in deze editie enkele reacties van lezers opgenomen.

Wij wensen u veel leerrijk leesplezier toe.


Bismillâhir-Rahmânir-Rahîm

In naam van Allâh, de Weldadige,
de Genadevolle

De Heilige Koran begint met bovenstaand vers en met uitzondering van hoofdstuk 9, At-Tawbah (Het Berouw), begint ieder hoofdstuk hiermee. Dit vers werd aan het begin van de openbaring van ieder hoofdstuk aan de Heilige Profeet (vrede zij met hem) geopenbaard en hierdoor wist hij dat er een nieuw hoofdstuk was begonnen. Het is een op zichzelf staand vers en is zo omvangrijk in betekenis dat het, net zoals de Fâtihah, als de essentie van de Heilige Koran wordt beschouwd; het wordt gezien als de samenvatting van de Fâtihah. Het is met andere woorden een samenvatting binnen de samenvatting van de gehele Koran.

Iqra’!

De vertaling van voormeld vers is: In naam van Allâh, de Weldadige, de Genadevolle. Hier betekent bi in de uitdrukking bi-smi ‘de bijstand (van Allâh) zoeken’. Het is duidelijk dat er een werkwoord is weggelaten voor bismi en indien wij de Heilige Koran grondig bestuderen, zullen wij inzien dat het ontbrekende werkwoord Iqra’ (Lees) is, daar de Hadies vermeldt dat, toen de Heilige Profeet bezig was met zijn geregelde devoties in de Grot Hira, de engel Gabriël tot hem kwam met het gebod: Iqra’! (Lees!). Hij antwoordde dat hij niet wist te lezen. De engel herhaalde het gebod drie maal en in alle drie gevallen gaf hij hetzelfde antwoord. Bij de vierde maal echter openbaarde de engel dit vers tot hem: Iqra’! Bismi Rabbika-llazî galaq (Lees! In naam van uw Heer die schept). Vervolgens begon de Heilige Profeet te reciteren.

Dit vers maakt duidelijk dat het werkwoord dat is weggelaten voor Bismi-llâh alleen Iqra’ (Lees) kan zijn. Dit werkwoord is weggelaten, omdat wanneer een persoon begint te lezen, het overbodig en tegen de regels van welbespraaktheid zou zijn hem de opdracht Lees! te geven. Er zit ook een subtiel punt van wijsheid in het weglaten van de opdracht om te lezen (Iqra’!), daar dit bevel, Lees!, slechts van toepassing is op een persoon die begint met het lezen van de Heilige Koran. Wanneer hij echter bezig is met andere werkzaamheden en hij de uitdrukking Bismi-llâhi r-Rahmâni r-Rahîm wenst te gebruiken, kan hem niet gezegd worden te lezen, doch kan hij wel altijd dit vers opzeggen zonder het door enig woord vooraf te laten gaan. Een persoon kan namelijk niet alleen Allâh’s hulp inroepen door het reciteren van dit vers wanneer hij de Heilige Koran leest, maar ook wanneer hij een andere taak uitvoert. De Hadies getuigt van dit punt wanneer het zegt: “Elk werk dat begonnen wordt zonder de recitatie van Bismi-llâhi r-Rahmâni r-Rahîm, ontvangt Allâh’s zegeningen niet.”

Rahmân en Rahîm

Ar-Rahmân (de Weldadige) is dat Wezen Wiens genade zo omvangrijk is dat Hij de mens, voordat hij is geboren en zonder enige inspanning van zijn zijde, voorziet. Ar-Rahîm (de Genadige) is Degene Wiens genade veelvuldig optreedt en Die de mens beloont voor zijn inspanningen met steeds grotere en hogere beloningen. Aldus zegt de Hadies dat Allâh Rahmân is in deze wereld en Rahîm in het Hiernamaals.

Alles waarin de mens op voorhand is voorzien op deze wereld is het gevolg van Allâh’s attribuut van Rahmâniyyat, en wanneer de mens zich inspant gebruik te maken van deze voorzieningen, treedt het attribuut van Rahîmiyyat in werking en Hij schenkt hem in overvloed voor zijn inspanningen. Aarde, water, vuur, zon, maan en regen zijn alle voorbeschikte geschenken van Allâh’s Rahmâniyyat. Indien de mens de aarde omploegt, het irrigeert en één zaad daarop zaait, dan zal hij daarvoor zevenhonderd zaden terug krijgen. Dit is Allâh’s Rahîmiyyat in werking. Insgelijks zijn aan de mens door Allâh’s Rahmâniyyat ogen, oren, handen, voeten, intelligentie en kennis gegeven en indien hij deze gaven van Allâh benut, oogst hij menigvuldige opbrengsten via Allâh’s Rahîmiyyat.

Wanneer de mens een bepaald werk begint met Bismi-llâhi r-Rahmâni r-Rahîm, dan is dit een erkenning van Allâh’s gunsten en een uitdrukking van dankbaarheid jegens Hem voor deze zegeningen van Zijn Rahmâniyyat. Ten eerste smeekt hij Allâh voor kennis via Zijn Rahmâniyyat en vervolgens voor leiding in het gebruik van die kennis op een wijze die hem zal helpen zijn doelen te bereiken. Ten tweede roept hij de hulp van Allâh’s Rahîmiyyat in, zodat zijn daden de beste vruchten zullen dragen. Laten wij het geval beschouwen van een chirurg die op het punt staat een operatie uit te voeren. Wanneer hij zegt Bismi-llâhi r-Rahmâni r-Rahîm, zoekt hij ten eerste Allâh’s hulp en erkent hij ook Zijn aan hem geschonken gaven in de vorm van ogen, oren, handen, voeten, intelligentie, instrumenten en medicijnen welke hij op het punt staat te gebruiken. Hij zoekt ook Allâh’s hulp in het verkrijgen van de juiste kennis en het gebruiken daarvan op de wijze, die hem zal helpen zijn doel te bereiken. Ten tweede zoekt hij verder hulp via Allâh’s Rahîmiyyat opdat de operatie succesvol zal zijn en de beste resultaten bereikt zullen worden.

Insgelijks, wanneer een persoon de Heilige Koran begint te lezen, dan betekent dit dat hij:

  • de Goddelijke gift van de Heilige Koran erkent die Allâh als een gratis geschenk aan de mens heeft geschonken, zoals de Heilige Koran zegt: “De Rahmân (Weldadige) heeft de Koran onderwezen” (55:1-2), en
  • Allâh’s hulp inroept voor het verkrijgen van de juiste kennis daarvan, zodat hij zijn levensdoelen kan bereiken.

Daarnaast zoekt hij via Allâh’s Rahîmiyyat steeds betere resultaten van zijn daden. Via het attribuut van Rahmân smeekt hij Allâh voor volmaaktheid van zijn kennis en via het attribuut van Rahîm smeekt hij voor volmaakte resultaten in zijn daden.

In Bismi-llâhi r-Rahmâni r-Rahîm wordt de bi, wat ‘met de bijstand van (Allâh)’ betekent, in Sűrat al-Fâtihah weergegeven door Iyyâka na`budu wa iyyâka nasta`în (U aanbidden wij en U smeken wij om hulp). Insgelijks bevat Ar-Rahmân in bovenstaand vers in zichzelf een verborgen gebed dat in Sűrat al-Fâtihah is: Ihdina s-sirâtal-mustaqîm (Leid ons op het rechte pad). Het is duidelijk dat de volmaakte kennis van het rechte pad slechts via Allâh’s attribuut van Rahmâniyyat verkregen kan worden. Ar-Rahmân in het bovenstaande vers bevat een gebed voor alle zegeningen die in Sűrat al-Fâtihah wordt weergegeven door: Sirâta llazîna an`amta `alayhim (Het pad van hen aan wie U gunsten heeft geschonken).

Bismi-llâhir-Rahmânir-Rahîm is dus niet alleen een samenvatting van Sűrat al-Fâtihah, maar het is ook een samenvatting van de gehele Koran en wie ook de juiste kennis van de Heilige Koran krijgt en wie ook dienovereenkomstig volmaaktheid in zijn daden bereikt, zal succesvol zijn zowel in dit leven als in het Hiernamaals.

Samengevat en vertaald uit: Anwâr ul-Qur’ân

(Dr. Basharat Ahmad)


Radicale imams versus de Koran

Onlangs kwam een kleine groep imams in Nederland op negatieve wijze in de publiciteit door het verkondigen van bepaalde theorieën, die naar hun mening op Islamitische gronden gestoeld zijn. Het is jammer te moeten constateren dat er zelfs onder de geleerden, die juist het goede voorbeeld dienen te geven, lieden zijn, die menen de Koran naar believen te moeten interpreteren om bepaalde (politieke) doelen te dienen, waardoor een vertekend beeld van de Islam aan de wereld wordt gepresenteerd.

Om een goed oordeel te kunnen vormen over hetgeen de Koran over een bepaald onderwerp leert, dienen alle relevante verzen daarover in beschouwing te worden genomen. De Koran is namelijk niet per onderwerp gerangschikt en richtlijnen over één onderwerp staan dus op verschillende plaatsen vermeld. Bij het bestuderen is het ook belangrijk na te gaan in welke periode, en naar aanleiding waarvan, de openbaringen plaatsvonden; tevens dient in acht te worden genomen dat Koranverzen elkaar nimmer tegenspreken, maar hooguit aanvullen.

‘Neem de ongelovigen niet tot vrienden

Zo zien we het bevel, om ongelovigen niet tot vrienden te nemen, staan in de verzen 3:27, 4:144, 5:51 e.a. Zoals reeds vermeld, zijn de redenen voor openbaring zeer belangrijk; het vers 3:27 bijv. werd nedergezonden toen de Moslims in oorlog met de ongelovigen verkeerden. Het verbod tot vriendschap geldt derhalve niet per definitie voor alle ongelovigen, doch slechts voor diegenen die tegen de Moslims oorlog voerden vanwege hun godsdienst en hen uit hun huizen verdreven hebben (Koran 60:7-9); verder vermeldt dit vers dat God zeker niet verbiedt vriendelijk en rechtvaardig te zijn tegenover degenen die zulks niet hebben gedaan. Ook uit andere verzen blijkt dat Moslims met andersdenkenden mogen omgaan; zo vermeldt 9:7 dat de Moslims, zolang de afgodendienaren de met hen gesloten verbonden naleven, aan deze verbonden getrouw dienen te zijn en de verzen 9:5-6 vermelden zelfs dat de afgodendienaren beschermd moeten worden, indien zij de Moslims om bescherming vragen.

‘Vernietig onze vijanden

In de op de televisie getoonde fragmenten roepen bovengenoemde imams de gelovigen niet rechtstreeks op tot geweld, maar wordt Allah gevraagd Bush en Sharon te doden en het leven van de vijanden van de Islam tot een ondraaglijke hel te maken. Het is in dit opzicht interessant te vermelden dat ook de profeet Mohammed wel eens voor de vernietiging van zijn vijanden heeft gebeden, waarop God het Koranvers 3:127 openbaarde: “U heeft geen belang bij de zaak of Hij Zich (genadig) tot hen wendt of hen kastijdt, want waarlijk, zij zijn onrechtvaardig”. In het daaropvolgend vers zegt God dat Hij vergeeft wie Hij wil en kastijdt wie Hij wil en dat Hij Vergevensgezind en Genadig is. En in een latere openbaring (21:107) zei God aan de profeet dat hij werd gezonden als een “genade voor alle volkeren”, hetgeen heel mooi geďllustreerd wordt door de Koranverzen 22:39-40, waarin de Moslims wordt bevolen niet alleen hun eigen gebedshuizen, maar ook die van andere godsdiensten te verdedigen. Het is derhalve niet de taak van de Moslims om te bidden voor de vernietiging van wie dan ook, zelfs indien dezen onrechtvaardig zouden zijn. De Koran stelt dat Allah het best weet wie de onrechtvaardigen zijn en dat Hij bepaalt of Hij hen wenst te straffen of te vergeven. De belangrijkste taak van de gelovigen is om standvastig en lijdzaam te zijn, tot het goede te nodigen, te bevelen wat goed is en te verbieden wat slecht is, en dan niet op de hysterische, schreeuwerige toon van sommige imams, maar “met wijsheid, uitnemende vermaning en op schone wijze”, zoals de Koran beveelt in 16:125.

Vrouwen

De populaire theorie aangaande Islamitische vrouwen, zoals ook door de imams naar voren gebracht, is dat zij een ondergeschikte positie bekleden en bijv. het huis niet uit mogen en geen werk buitenshuis mogen verrichten. Niets is minder waar. De Koran stelt in 4:32 expliciet dat zowel mannen als vrouwen het voordeel mogen hebben van hetgeen zij verdienen. Verder zou het absurd zijn de vrouwen kledingsvoorschriften op te leggen indien zij het huis niet uit zouden mogen; deze voorschriften hebben juist als doel ervoor zorg te dragen, dat zij op een verantwoorde wijze aan het maatschappelijk verkeer kunnen deelnemen (het dragen van een sluier over het gezicht is overigens geen Islamitisch voorschrift, gezien bijv. het feit dat tijdens de jaarlijkse bedevaart de vrouwen ongesluierd rondlopen). Wel is het zo dat de Islam een taakverdeling adviseert, nl. dat de man voor het gezinsinkomen verantwoordelijk is en de vrouw voor het huishouden en de opvoeding van de kinderen, doch dit betekent zeker niet dat het de vrouw verboden is buitenshuis werkzaamheden te verrichten of zich voor andere zaken buitenshuis te begeven. Hierbij kan opgemerkt worden dat de eerste echtgenote van de profeet Mohammed koopvrouw was en dat zij, ook nadat Mohammed tot het profeetschap werd geroepen, dit beroep bleef uitoefenen. Verder kan worden vermeld dat de Koran reeds meer dan 1400 jaar geleden aan de vrouwen het recht gaf vermogen te bezitten en er naar believen over te beschikken (4:32). Dat bovenvermelde leerstellingen met betrekking tot de vrouwen door vele (Islamitische) landen niet in de praktijk gebracht worden, kan de Koran niet worden verweten.

Het slaan van vrouwen

Ook over dit onderwerp zijn er heel wat vreemde theorieën in omloop, hoewel de Koran er zeer duidelijk over is. Zo geeft 4:34 drie richtlijnen inzake huwelijkstwist: [1] vermaan hen; [2] laat hen alleen in de slaapplaatsen en [3] ‘idriboe hoenna’ (vertaling volgt verder). Punt 1 houdt in de partner een waarschuwing te geven, punt 2 beveelt aan een afkoelingsperiode in acht te nemen en punt 3 wordt door de meeste Koranvertalers vertaald als ‘sla haar’. De grondvorm van ‘idriboe hoenna’, zijnde ‘daraba’, kan echter meerdere betekenissen hebben; het woordenboek geeft ongeveer vijftig(!) andere betekenissen, waaronder ‘weerhouden’. In de Koran komen het woord daraba of afleidingen daarvan meer dan veertig maal voor, waarbij het in slechts enkele gevallen als ‘slaan’ zou kunnen worden geďnterpreteerd. Als we nu het leven van de profeet Mohammed en zijn metgezellen in beschouwing nemen, vinden wij zelfs niet één betrouwbare overlevering waaruit zou moeten blijken dat zij hun vrouwen sloegen. Voorts zien we in de Koran (48:29) staan dat de gelovigen mededogend tegenover elkaar moeten zijn; het slaan van vrouwen past hier totaal niet in. Verder kan worden aangehaald een overlevering van Mohammed: “De besten onder u zijn degenen die hun vrouwen het best behandelen”. Ook dit gezegde spreekt het slaan van vrouwen tegen. Wij concluderen derhalve dat het woord ‘daraba’ in 4:34 geen ‘slaan’ kan betekenen, maar ‘weerhoud haar’. Het is dan ook belachelijk dat velen steeds weer de verkeerde vertaling van het woord ‘daraba’ trachten te verdedigen door de verklaring eraan te verbinden dat slechts met een tandenborstel mag worden geslagen.

Slotopmerkingen

Uit het voorgaande kan afgeleid worden dat veel van de door de radicale imams verkondigde theorieën, evenals hun manier van verkondigen, niet stroken met de geest van de Islam. Wij zouden de eerwaarde imams dan ook willen adviseren in het vervolg de Islam op gepaste manier aan de wereld te presenteren en wel met wijsheid, uitnemende vermaning en op schone wijze, temeer daar de Islam in wezen een vredelievende godsdienst is en slechts naar een welvarende samenleving streeft, waarin er geen plaats is voor haat.

Overigens dient de lezer bij het beoordelen van deze kwestie zeker ook rekening te houden met de wijze waarop de informatie door de (Nederlandse) media naar voren is gebracht. Het zal zeker niet de laatste keer zijn indien blijkt, dat van een mug een olifant is gemaakt.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het Surinaams ochtendblad ‘De Ware Tijd’ van 28 juni 2002.


Gezamenlijke viering geboortedag Mohammed

Moslims en Christenen in Nederland vierden vrijdagavond 24 mei j.l. gezamenlijk de geboortedag van de profeet Mohammed. De interreligieuze ontmoeting, een initiatief van de Turkse Islamitische organisatie Milli Görüs en met Mozeshuis, werd gehouden in de Mozes en Aäronkerk in Amsterdam.

Met deze gezamenlijke viering willen de organisatoren tegenwicht bieden aan ‘krachten die de tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen alleen maar willen vergroten’. Vooral de reacties op de aanslagen van 11 september en op de strijd in het Midden-Oosten hebben die krachten aan de oppervlakte gebracht, menen de initiatiefnemers. Het programma van de viering bestond uit inleidingen en lofzangen in het Turks en Arabisch. Imam hulisi Unye, directeur Haci Karacaer van Milli Görüs en de RK-theoloog Jan Ruijter, coördinator van het Mozeshuis, leverden
bijdragen. Verder werd een Gregoriaans, meerstemmig gezongen Magnificat (de lofzang van Maria) afgewisseld met passages uit de Koran. De gezamenlijke viering vloeit voort uit de goede ervaringen die de organisatoren eerder dit jaar hadden opgedaan met een soortgelijk initiatief op Goede Vrijdag.

Zo heeft 11 september groepen dichter bij elkaar gebracht waarvan juist geopperd was ze uit elkaar te drijven, voor welke politieke doelstellingen dan ook. Hier heeft de godsdienst naar het wezen ervan gewonnen. Het is te hopen dat soortgelijke initiatieven ook in Suriname ondernomen worden.

Bron: De Ware Tijd, 25 mei 2002


Tekenen van God?

Zoals vrijwel alle godsdiensten onderwijzen, zal de mens door de Almachtige ter verantwoording worden geroepen voor de daden die hij/zij in deze wereld verricht. Hij/zij zal beloond of gestraft worden, hetzij in deze wereld, hetzij in de volgende. Voor naties als geheel is er echter geen Dag des Oordeels in een volgende wereld. Die zullen in dit leven het gevolg van hun daden bemerken; voorbeelden hiervan zijn te over in verschillende religieuze geschriften. Zo maakt de Heilige Koran (7:59-171) melding van welbekende profeten als Noach, Lot en Mozes, die allen tot hun volk gezonden werden. Zij werden echter niet gehoorzaamd door (een deel van) het volk, met als gevolg dat die volkeren vernietigd werden; slechts de rechtschapenen ontkwamen daaraan.

In het geval van Mozes vermelden zowel de Bijbel als de Koran dat hij de Farao waarschuwde, maar dat deze de boodschap niet wilde accepteren. Volgens de Bijbel (Exodus 7 t/m 12) werden er tien plagen gezonden, opdat de Farao tot inkeer zou komen: [1] water werd in bloed veranderd, [2] kikvorsen, [3] luizen, [4] ongedierte, [5] veepest, [6] zweren, [7] hagel, [8] sprinkhanen, [9] duisternis en [10] dood der eerstgeborenen (de Koran spreekt in 17:101 van 9 tekenen in dit verband). Deze tekenen mochten echter niet baten; de Farao bleef onwillig om Mozes’ boodschap aan te nemen, met als gevolg dat hij en de zijnen vernietigd werden door verdrinking in de Rode Zee.

Met deze geschiedenis in gedachten, nemen wij de lezer nu mee naar de 19e eeuw. In 1865 hield de predikant J.C. Ryle, de latere bisschop van Liverpool, een speech in verband met de toen heersende mond- en klauwzeerepidemie in Engeland. Hij maakte een vergelijking tussen deze epidemie en verschillende Bijbelse plagen: [1] de vloed ten tijde van Noach (Gen. 6:17); [2] de hongersnood ten tijde van Jozef (Gen. 41:25); [3] de veepest in Egypte (Ex. 9:3); [4] de ziekte bij de Filistijnen (1 Samuel 5:7); [5] de dodelijke epidemie tijdens David (2 Samuel 24:15); [6] de hongersnood ten tijde van Elia (2 Koningen 8:1) en [7] de storm ten tijde van Jona (Jona 1:4). De MKZ-epidemie van 1865 relateerde hij aan deze gebeurtenissen en hij noemde het “The Finger of God”, ofwel een teken van God, waartegenover hij onder andere de volgende “nationale zonden” plaatste: hebzucht, drang naar genot, dronkenschap, overspel en een groeiende trend naar scepticisme en ongeloof. Pastor A.C. Clifford voegde onlangs aan dit rijtje enkele “hedendaagse” zonden toe, zoals racisme, de loterij, het groeiende aantal echtscheidingen, vrije (tiener)liefde, drugsmisbruik, pornografie en pedofilie.

Laten wij nu de meer recente geschiedenis in beschouwing nemen. In de afgelopen jaren zagen we enkele ontwikkelingen, waartegen door verschillende religieuze (en andere) organisaties werd geprotesteerd. Genoemd kunnen worden:

  • oktober 1996: legalisering softdrugs in Nederland. Ook Zwitserland, België en Parijs discussiëren over verzachting van hun drugsbeleid. Intussen is in Venlo, Nederland een “McDope” (drive-inn drugswinkel) opgezet.
  • oktober 1997: opheffing bordeelverbod in Nederland. Ook m.n. Italië en Duitsland willen van het bordeelverbod af.
  • december 2000: legalisering homohuwelijk in Nederland. Ook Frankrijk en België wensen regelingen in te voeren om homoparen (nagenoeg) dezelfde status te bezorgen als heteroparen.
  • april 2001: legalisering abortuspil in België. Ook vrouwen in Nederland schijnen heel enthousiast te zijn over deze pil, welke uiteraard het beoefenen van vrije liefde in de hand werkt.
  • april 2002: de euthanasiewet wordt in Nederland van kracht, nadat die vorig jaar april door de Tweede Kamer, als wereldprimeur, met grote meerderheid werd aangenomen.

De vraag of deze zaken wel of niet toelaatbaar zijn, en zo ja, in welke mate, laten wij in het midden. Er kunnen altijd uitzonderingen op de regel zijn. Maar het is frappant dat, ongeveer samenvallend met bovenvermelde zaken, enkele andere ontwikkelingen te bemerken waren, namelijk het opkomen van verschillende veeziekten die Europa in grote beroering brachten, zoals MKZ (mond- en klauwzeer), BSE (gekke-koeienziekte), varkenspest en de salmonellabacterie (merk op dat ook in de tijd van Mozes een veepest werd gezonden als teken).

Wij vragen ons af of er een verband bestaat tussen deze veeziekten en de eerder opgesomde ontwikkelingen. Dienen de veeziekten te worden beschouwd als tekenen van God? En zo ja, rust dan, vanwege de toenemende globalisering, niet op ons allen de plicht om het vervagen van morele normen en waarden, zoals drankmisbruik, drugshandel en -gebruik, corruptie, verruwing van criminaliteit, racisme, vrije liefde, pornografie, pedofilie, mensenhandel, geweld tegen en onderdrukking van vrouwen, vernietiging van de natuur, enz. enz., waar dan ook ter wereld, tegen te gaan?

Het is zeker de moeite waard het bovenstaande in beschouwing te nemen en in elk geval te werken aan het in stand houden van goede normen en waarden. Dat zal, los van de vraag of de eerder genoemde veeziekten wel of niet als tekenen van God kunnen worden beschouwd, de wereldbewoners alleen maar ten goede komen.

Bronnen:

  • Nederlands dagblad ‘De Telegraaf’ (archief)
  • Nederlands dagblad ‘Trouw’ (archief)
  • De Bijbel (editie Ned.Bijbelgenootschap, Haarlem)
  • De Koran

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het Surinaams ochtendblad ‘De Ware Tijd’ van 18 april 2002.


Moederdag

De waarde van een moeder

Nog niet zo heel lang geleden was de moeder degene die per definitie thuisbleef om voor het huis en de kinderen te zorgen. Als dochter stopte ze reeds op jonge leeftijd met het genieten van onderwijs en leerde de huishoudelijke taken, evenals andere zaken die bij het moederschap hoorden. Dit deed ze veelal met liefde en geduld, daar een moeder van nature toegerust wordt met de eigenschappen die noodzakelijk zijn voor het geborgen opvoeden van haar kind.

De band met het kind wordt reeds gevormd in de baarmoeder en wordt bij de bevalling gesterkt. Daarna wordt tijdens de borstvoedingsperiode, die over het algemeen zowel aan moeder als kind een gevoel van voldoening geeft, de band tussen hen nog hechter gesmeed.

Een mensenkind is het enige wezen in de natuur dat zo lang afhankelijk is van de ouders qua zorg en is dus volledig overgeleverd aan de wil/bereidheid van de ouders om het op te voeden. En de ‘Ontwerper’ heeft via de natuur ervoor gezorgd dat de moeder degene zal zijn die zich, in ieder geval gedurende de eerste levensjaren, over het kind zal ontfermen met liefde en geborgenheid; zo ook heeft het kind een natuurlijke neiging zijn of haar heil bij mama te zoeken. De moeder is vaak ook de eerste leerschool en degene die het meeste geduld kan opbrengen bij het opvoeden van het kind. Zowel het gedrag van de moeder, doch ook dat van de vader, zullen grotendeels bepalend zijn voor de ontwikkeling van het kind, daar kinderen onbeschreven blaadjes zijn en ze door opgedane indrukken worden geprogrammeerd. Het is dus een grote verantwoordelijkheid voor de ouders - in het bijzonder voor de moeder, aangezien die over het algemeen meer tijd met het kind doorbrengt - om een kind zodanig op te voeden qua normen en waarden, dat hij/zij tot een lichamelijk en mentaal gezond, succesvol en gelukkig mens opgroeit.

Deze toewijding van moeder aan kind vergt nogal veel van haarzelf. Om een kind op een verantwoorde wijze op te kunnen voeden, niet alleen qua voeding en lichamelijk welzijn, maar ook op geestelijk gebied, wordt er namelijk veel energie, tijd en geduld vereist, zeker in deze tijd, waar door de overbezetting in crčches en op scholen de kinderen nauwelijks individuele aandacht krijgen in het onderwijsproces.

Moeder en maatschappij

Ondanks deze inspanningen van de moeder om de kinderen een goede opvoeding te geven, wordt het moederschap over het algemeen erg ondergewaardeerd binnen de moderne maatschappij. Een moeder die thuis zit om haar kinderen op te voeden, wordt vaak als minderwaardig beschouwd en als de kinderen opgegroeid zijn, zijn de kansen van zo’n moeder in de maatschappij erg verslechterd wegens gebrek aan ‘werkervaring’. De druk op jonge huismoeders is thans dan ook erg groot, daar dezen aan de ene kant ontzettend graag met hun kinderen willen zijn, doch aan de andere kant ook wel gewaardeerd en succesvol in de maatschappij willen worden. Vaak kiezen jonge vrouwen dan ook eerst voor een carričre, waarna ze op latere leeftijd beginnen aan het krijgen van kinderen, met alle gevolgen van dien, omdat het op latere leeftijd moeilijker wordt om een (gezond) kind te krijgen. Het is dan ook veel moeilijker, zeker in geval van een succesvolle carričre, om zich uit de maatschappij terug te trekken. En dan zijn er ook nog andere moeders, die vanwege minder goede levensomstandigheden, bijv. als gevolg van het overlijden van de echtgenoot, genoodzaakt naar werk moeten zoeken om voor het gezinsinkomen te zorgen. Kortom, het is steeds een strijd tussen de gevoelens en de druk van de maatschappij, welke enerzijds resulteert in werkende moeders met een schuldgevoel ten opzichte van hun kinderen (vooral als de kinderen ziek zijn) en anderzijds huismoeders met weinig zelfrespect wegens gebrek aan ‘werkervaring’. Het is dus zaak om een tussenweg te vinden, waardoor de moeders zich aan de ene kant geborgen voelen en er aan de andere kant goede burgers opgebracht worden, bijv. door:

  • ervoor zorg te dragen dat, voordat aan het moederschap wordt begonnen, in ieder geval een zekere mate van opleiding wordt genoten (waardoor overigens ook de kinderen beter begeleid kunnen worden);
  • een opwaardering van het huismoederschap in de ogen van de samenleving, waardoor een moeder zich er niet voor hoeft te schamen om thuis te zijn voor het opvoeden van kinderen;
  • de vaders wat huishoudelijke taken over te laten nemen, waardoor de moeders wat tijd krijgen voor andere zaken, zoals een cursus, parttime baan, of gewoon wat ontspanning;
  • meer mogelijkheden te creëren voor parttime functies, zodat vaders en moeders elkaar kunnen afwisselen; een optie die bijv. in Nederland al toegepast wordt.

Moeders binnen de godsdienst

Als we nu de verschillende godsdiensten bekijken, zien we dat er grote nadruk wordt gelegd op respect voor de ouders, in het bijzonder voor de moeder. Denk hierbij bijv. aan de hoge plaats die de Almachtige heeft gegeven aan Maria, de moeder van Jezus, en aan Hagar, de moeder van Ismaël. Hagar wordt zelfs heden ten dage nog herdacht tijdens de jaarlijkse Islamitische bedevaart, en wel de gebeurtenis waarbij ze in de Arabische woestijn naar water zocht voor haar baby Ismaël. Hieruit blijkt reeds de belangrijke plaats van moeders in de godsdiensten.

De Koran (17:23-24) vermeldt over ouders in het algemeen:

“En uw Heer heeft bevolen, dat u niemand zult dienen behalve Hem en dat u uw ouders goedheid zult bewijzen. Indien één of beiden van hen de hoge ouderdom bij u bereiken, zeg dan niet tot hen zoiets als ‘foei’ en bekijf hen niet en zeg tot hen een edelmoedig woord. En wees bescheiden, teder voor hen in medelijden. En zeg: ‘Mijn heer! Heb medelijden met hen, daar zij mij grootbrachten toen ik klein was’.”

Ook de profeet Mohammed benadrukte de bijzondere plaats van het moederschap, zoals blijkt uit verschillende van zijn gezegden, zoals “Het paradijs is aan de voeten van de moeder”, hetgeen inhoudt dat kinderen, door goed voor de moeder te zijn, het paradijs kunnen verdienen. Er wordt in verschillende Koranverzen vooral benadrukt dat de kinderen goed en vriendelijk voor de moeder moeten zijn en haar dank verschuldigd moeten zijn voor alle beproevingen die zij heeft doorstaan door de zwangerschap, bevalling, (borst)voeding, perioden van ziekte van de kinderen, enz. Vaak heeft de moeder door dit alles haar eigen wensen en verlangens, en vaak ook een maatschappelijke toekomst, moeten opofferen.

De kinderen zullen hun ouders moeten respecteren in de vorm van dienstbaarheid, door liefde, door hen met zachtheid te behandelen en door zich over hen te ontfermen, vooral als zij zichzelf niet meer kunnen verzorgen. Dat zal later ook van belang zijn als deze kinderen op hun beurt hun eigen kinderen zullen grootbrengen, hetgeen blijkt uit een gezegde van de profeet Mohammed: “Wees goed en vriendelijk voor uw ouders en uw kinderen zullen goed en vriendelijk voor u zijn.” Dit is logisch, omdat kinderen leren van wat ze zien; als ze merken dat hun ouders degenen die boven het staan afsnauwen, zullen zij zeker dat voorbeeld overnemen.

Ons voornemen

Laten we op deze Moederdag dan ook extra aandacht geven aan de moeder, en ons voornemen om gedurende de rest van het jaar meer tijd aan haar te besteden. En indien uw moeder deze wereld reeds verlaten heeft, blijf voor haar bidden, want volgens een overlevering van de profeet Mohammed komen na het overlijden van een persoon al zijn/haar daden ten einde, behalve drie:

  • liefdadigheid waarvan mensen profijt blijven hebben;
  • kennis waarvan mensen blijven profiteren;
  • rechtschapen kinderen die voor de overledene bidden.

Zorg en bid dus voor uw moeder zolang ze nog in leven is. En als ze er niet meer is, vergeet niet om voor haar te blijven bidden, zolang als u leeft.

Aan alle moeders een zalige Moederdag toegewenst.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het Surinaams ochtendblad ‘De Ware Tijd’ van 10 mei 2002.


Aardedag 2002

Zorg voor uw milieu!

Op 22 april was het weer Aardedag. Een moment om stil te staan bij onze aarde, en vooral bij het voortbestaan van deze planeet als het gaat om ons leefmilieu.

De Heilige Koran leert ons dat de mens moet bidden om het goede te bereiken in dit leven en in het hiernamaals[1]. De mens moet echter, naast het bidden, zelf arbeiden voor het bereiken van dit goede; zo staat er vermeld dat God de toestand van de mens niet zal veranderen, totdat hij/zij daar zelf aan gaat werken[2]. Verder lezen wij dat al het geschapene ten dienste van de mens is gemaakt[3] en dat aan de mens de zorg voor deze schepping is toevertrouwd[4]. Hieruit vloeit dus voort dat het de plicht van de mens is om datgene, wat hem is toevertrouwd, in goede staat te behouden. Hij zal daar zelf aan moeten werken, slechts dan zal de zegen van God op hem rusten om zodoende de gestelde doelen te bereiken.

De Koran vermeldt in de hierboven aangehaalde verzen dat de mens zeer onrechtvaardig en ondankbaar is voor hetgeen hem is geschonken, en dat hij zich ontrouw heeft gewend tot hetgeen hem werd toevertrouwd. Het vers 30:41 duidt op vroegere volkeren, die zich niet naar behoren tegenover de Schepper gedroegen en bijgevolg vernietigd werden; het ‘verderf’ was het gevolg van ’s mensen handelen. Hoezeer zien we niet de waarheid hiervan in onze tijd, als we nagaan welk een roofbouw de mens op de aarde pleegt zonder rekening te houden met de huidige en komende generaties, slechts uit egoďsme en hebzucht! Als deze trend zich voortzet, zal de aarde zich binnen 30 jaren niet meer kunnen handhaven tegen deze agressie van de mens. In het huidige tempo zullen binnen 50 jaren olie, steenkool, bauxiet, zink, fosfaat en chroom volledig uitgeput zijn. In de afgelopen 30 jaren is de helft van de bestaande bossen vernietigd. De immense waterreservoirs die de natuur in miljoenen jaren heeft opgebouwd, heeft de mens in slechts één eeuw nagenoeg vernietigd. De gevolgen van dit, bijna als misdadig aan te duiden, gedrag van de mens tegenover het milieu komt tot uitdrukking in verschillende krantenberichten die ons de afgelopen jaren hebben bereikt, zoals: “Koraalrif voor kust Belize door warm water verdwenen”; “Steeds minder ijs in zee rond Noordpool”, “Laatste blauwe vinvissen in gevaar door smelten poolijs”, “Negatieve gevolgen klimaatsverandering treffen Suriname ook”, “Spectaculaire groei afval”, “Opwarming aarde merkbaar”, “Gat in ozonlaag zo groot als Noord-Amerika”, enz. enz. “Verderf is te land en ter zee verschenen, ter oorzake van wat de handen der mensen hebben gewrocht!”

Zoals reeds gezegd, is de zorg voor de aarde aan de mens toevertrouwd en zal die er dan ook voor moeten zorgen dat alles in goede staat behouden blijft, al was het alleen maar uit dankbaarheid jegens de Schepper. Er zijn echter ook andere redenen om aan milieubehoud te werken, namelijk iets doorgeven aan onze nakomelingen, waar zij wat aan hebben. Deze noodzaak tot “lange-termijn planning” blijkt heel mooi uit een gezegde van de profeet Mohammed: “Als een moslim een boom plant of zaden zaait, en een vogel, mens of dier eet ervan, wordt dat als een daad van liefdadigheid beschouwd”. Er is uiteraard ook sprake van liefdadigheid wanneer aan iemand eenvoudigweg een bordje eten wordt gegeven, maar daarnaast kan ook iedere daad, waarmee ervoor wordt gezorgd dat anderen in de toekomst goed voedsel (of andere goed zaken) hebben, als liefdadigheid worden beschouwd. En goed voedsel begint bij een goed milieu (zee en land), vandaar dat het werken aan milieubehoud, ten behoeve van onszelf en de rest van de mensheid, zeker de zegeningen van de Almachtige zal opleveren.

Verder kent de Islam ook het begrip ‘sadaqa djaria’, ofwel ‘blijvende liefdadigheid’, hetgeen inhoudt dat de mens beloond zal worden voor de goede daden die hij gedurende zijn leven verricht, zolang de gevolgen van die daden merkbaar zijn, zelfs na zijn of haar overlijden. Indien dus door onze inspanning aan de ontwrichting van het milieu een halt wordt toegeroepen, en navolgende generaties daardoor van een goed milieu zullen mogen profiteren, zullen wij daarvoor zeker de zegeningen ontvangen.

Hieronder enkele voorbeelden, hoe wij ervoor kunnen zorgen dat het milieu niet onnodig wordt belast.

Huis en tuin

  • Gebruik spaarlampen in plaats van gloeilampen. Spaarlampen gaan langer mee en verbruiken tot 80 procent minder energie.
  • Gebruik wasdroger en vaatwasmachine alleen indien uiterst noodzakelijk. Een vaatwasmachine verbruikt ruim tweemaal meer energie dan een televisie!
  • Neem, als u gaat winkelen, een eigen boodschappentas mee. Zo hoeft u niet iedere keer een nieuwe plastic zak te gebruiken.
  • Probeer zoveel mogelijk te recyclen. Koop bijv. frisdranken in statiegeldflessen, en als u de zgn. PET-flessen gebruikt, gooi dan de lege flessen in een PET-recyclington.
  • Gebruik spuitbussen alleen indien uiterst noodzakelijk. Deze bevatten over het algemeen CFK’s, dat zijn gassen die een negatieve invloed hebben op de ozonlaag (wel zijn er tegenwoordig ook CFK-vrije spuitbussen; staat op de verpakking vermeld).
  • Gebruik bestrijdingsmiddelen (gramoxone e.d.) alleen indien uiterst noodzakelijk. Tjap, houwer en schoffel zijn ook effectief en het gebruik hiervan is ook nog eens bevorderlijk voor de gezondheid.

Werk en school

  • Kopieer en print dubbelzijdig in plaats van enkelzijdig. Dit scheelt al gauw 50% in uw papierverbruik!
  • Vrijwel alle printers hebben een ‘economy’ stand. Schakel die in; de kwaliteit is over het algemeen niet merkbaar minder dan bij de ‘normale’ stand.
  • De ‘marges’ verkleinen kan bij grote documenten al gauw enkele pagina’s voordeel opleveren bij het printen.

Auto

  • Gebruik de airco alleen indien echt noodzakelijk. Aircogebruik verhoogt het brandstofverbruik met meer dan 10%.
  • Probeer niet te hard op te trekken. Door hard optrekken wordt vele malen meer brandstof verbruikt!
  • Probeer te anticiperen op het afremmen. Dus niet keihard rijden en kort vóór het rode verkeerslicht hard afremmen, maar ruim van tevoren het gaspedaal loslaten. Zo komt u er ook wel en het scheelt een hoop in brandstofverbruik en (rem)slijtage.
  • Probeer, voorzover mogelijk, samen met anderen te rijden naar het werk, tijdens een uitstapje, enz. (carpooling).
  • Maak bij het autowassen gebruik van een emmer, of een tuinslang met afsluitbaar mondstuk. Zo hoeft u het water niet continu te laten doorlopen.
  • Maak er een sport van om met een volle tank zoveel mogelijk kilometers te maken, in plaats van met een zo groot mogelijke snelheid uw tank zo snel mogelijk te ledigen.
  • Zorg ervoor dat de motor van uw auto altijd in goede conditie verkeert. Een slecht onderhouden motor zorgt voor nodeloze milieuvervuiling!

Laten wij met ons allen werken aan behoud van een goed leefmilieu, niet alleen voor onszelf, maar vooral voor onze (klein)kinderen. Daardoor verrichten wij een goede daad, waarvoor wij zeker de zegeningen van de Almachtige zullen ontvangen.

Denk bij alles wat u doet aan het volgende: WIJ HEBBEN DE AARDE IN BRUIKLEEN VAN ONZE KINDEREN.

Koranverwijzingen:
[1] 2:201; [2] 13:11; [3] 14:32-34 e.a.; [4] 33:72.

Meer milieu-informatie en -tips:

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het Surinaams ochtendblad ‘De Ware Tijd’ van 20 april 2002.


Huwelijk en echtscheiding

De Koran, de Aziatische Huwelijkswetgeving en de praktijk

De Aziatische huwelijkswetgeving is de laatste tijd nogal vaak in het nieuws, waarbij voornamelijk besproken wordt het al dan niet aanpassen van deze wet aan de veranderde maatschappelijke omstandigheden. Onlangs werd in een televisieprogramma de echtscheidingsregeling besproken, waarbij werd nagegaan in hoeverre die overeenkomt met de leerstellingen van het Christendom en het Hindoeďsme. Hierbij bleek dat er volgens de heilige boeken van deze godsdiensten geen echtscheiding mogelijk is, doch dat de maatschappelijke omstandigheden er wel toe noodzaken een modus te vinden om, in voorkomende gevallen, zulks mogelijk te maken. Verder bleek dat de echtscheidingsregelingen uit het Surinaams Burgerlijk Wetboek in de praktijk niet toereikend zijn.

In dit artikel worden de huwelijks- en echtscheidingsregelingen uit de Koran, de ‘Huwelijkswet Mohammedanen’ en het Surinaams Burgerlijk Wetboek tegenover elkaar geplaatst. Ook wordt uitgelegd waarom in de ‘Huwelijkswet Mohammedanen’ wel een echtscheidingsregeling is opgenomen en in de ‘Huwelijkswet Hindoes’ niet.

Huwelijk

Het huwelijk wordt in de Islam gezien als een heilig contract. De Koran beveelt de gelovigen ten sterkste aan in het huwelijk te treden[1]. Ook geeft dit Boek duidelijk aan met wie een moslim wel, en met wie hij/zij niet mag huwen. Met de volgende personen mag geen huwelijk worden aangegaan: mensen met wie er een nauwe graad van bloedverwantschap bestaat (moeder, zuster, enz.); mensen met wie er een nauwe band van zwagerschap bestaat (schoonmoeder, schoonzuster, enz.); zoogbroeders en –zusters[2]; afgodendienaren/dienaressen[3] en overspeligen[4]. Daartegenover staat dat het een moslim vergund is te huwen met een ieder die een geopenbaarde godsdienst volgt[5]. Volgens de enge interpretatie worden slechts de Joden en de Christenen tot volgers van geopenbaarde godsdiensten gerekend, maar aangezien de Koran stelt dat ieder volk een boodschapper heeft gehad[6], uitgezonderd de Arabische afgodendienaren vóór de missie van de profeet Mohammed[7], kan gesteld worden dat de omschrijving ‘volgelingen van het Boek’ ruim kan worden geďnterpreteerd; Joden Christenen, Hindoes, Boeddhisten, enz. kunnen alle hiertoe worden gerekend. Dit is logisch, aangezien de Islam zichzelf beschouwt als de vervolmaking van alle eerdere openbaringen en dat dientengevolge al deze openbaringen worden beschouwd als zijnde afkomstig van de één en dezelfde God.

De ‘Huwelijkswet Mohammedanen’ spreekt slechts over huwelijken tussen personen, die beide de Islam belijden[8]. Dit lijkt op het eerste gezicht in tegenspraak met de Islamitische leer, doch hierbij dient het doel van deze Huwelijkswet in beschouwing te worden genomen; een belangrijke overweging voor het instellen van deze Wet was dat huwelijken, volgens de Islamitische leer gesloten, niet geregistreerd werden. Aangezien een gemengd huwelijk bij de Burgerlijke Stand wordt gesloten, en het probleem van registratie hierbij derhalve niet speelt, spreekt de ‘Huwelijkswet Mohammedanen’ slechts van huwelijken, gesloten tussen twee personen die de Islam belijden.

Een andere reden om de ‘Huwelijkswet Mohammedanen’ slechts van toepassing te doen zijn op personen die van oorsprong Moslim zijn, dan wel volledig in deze geloofsgroep zijn opgenomen, is om misbruik van deze wet te voorkomen; zo zijn er in het verleden gevallen geweest waarbij niet-Moslims, door zich voor Moslim uit te geven, via deze wet de ouderlijke toestemming of de huwbare leeftijd uit het Surinaams Burgerlijk Wetboek trachtten te omzeilen.

Vermogensrecht

In vele culturen/samenlevingen is het zo, dat een vrouw haar recht op eigen bezit verliest op het moment dat zij in het huwelijk treedt. Dit was in het verleden ook in Suriname het geval; hier te lande werd de handelingsonbekwaamheid van de gehuwde vrouw pas in 1981 opgeheven[9]. De Koran stelt uitdrukkelijk dat de vrouw, ongeacht of zij wel of niet gehuwd is, recht heeft op eigen bezittingen, waarover zij ook zelf mag beschikken[10]; ook in het erfrecht heeft de vrouw recht op een deel van de erfenis[11]. Dit recht van de vrouw op eigen bezit wordt tijdens de huwelijksceremonie gesymboliseerd door de bruidsschat, die door de bruidegom aan de bruid wordt gegeven[12]; dit geschenk blijft haar eigendom, en al het andere dat de vrouw gedurende haar huwelijk zal krijgen, dan wel verdienen, mag zij in eigendom houden en er naar believen over beschikken.

Echtscheiding in de Koran

In het eerder genoemd televisieprogramma kwam, zoals reeds vermeld, naar voren dat echtscheiding noch in het Christendom, noch in het Hindoeďsme toegestaan is; het huwelijk wordt beschouwd als heilig en de partners dienen bij elkaar te blijven tot de dood. Hoewel ook de Koran het huwelijk als heilig beschouwt (zoals zij de naleving van iedere overeenkomst heilig acht, zie 16:91), geeft dit Boek wel de optie tot echtscheiding, waarbij ook de vrouw de bevoegdheid heeft echtscheiding te eisen[13]. Een scheiding is echter het ‘laatste middel’, waarnaar pas gegrepen dient te worden nadat alle middelen om tot verzoening tussen de echtelieden te geraken gefaald hebben. De Koran schrijft namelijk voor dat eerst moet worden getracht verzoening tot stand te brengen:

  1. in eerste instantie door, voordat het tot een scheiding komt, uit beide families een scheidsrechter aan te stellen om te trachten tot verzoening te geraken[14];
  2. in tweede instantie, indien het ondanks deze verzoeningspoging toch tot een scheiding komt, door een wachttijd van drie maanden voor te schrijven, alvorens de scheiding definitief wordt[15].

Na deze wachttijd wordt herstel van de huwelijksbetrekking aanbevolen[16]. Deze procedure van voorwaardelijke echtscheiding en herstel van de betrekkingen kan slechts tweemaal plaatsvinden[17]; indien er voor een derde maal een echtscheiding plaatsvindt, is het de partners niet vergund nogmaals met elkaar in het huwelijk te treden. Pas nadat de vrouw elders getrouwd en weer gescheiden is (waarbij er wel sprake moet zijn van een echt huwelijk), is het haar vorige echtgenoot toegestaan haar weer te huwen[18]. Met deze regeling beoogt de Koran ongetwijfeld de bescherming van de vrouw; de man kan hierdoor niet ongelimiteerd de vrouw verstoten en wederom terugnemen, zoals dat bijv. in Arabië vóór de komst van de profeet Mohammed gebeurde. Ook zal de echtgenoot zich, door deze regeling, bij de derde echtscheiding ongetwijfeld meerdere malen bedenken alvorens die door te drukken.

Vermeld dient te worden dat de populaire opvatting over de Islamitische echtscheiding, volgens welke er een bepaalde formule driemaal wordt uitgesproken, waarna de scheiding definitief zou zijn, volstrekt niet op Islamitische regelingen is gebaseerd. Duidelijk is gebleken dat er reeds vóór het overgaan tot de scheiding een verzoeningspoging dient plaats te vinden en dat er, als het toch nog tot een scheiding komt, een wachttijd in acht dient te worden genomen. De ‘Huwelijkswet Mohammedanen’ maakt in de Toelichting melding van de hierboven beschreven echtscheidingsprocedure[19], met dien verstande dat deze wet wel toestaat dat een echtscheiding driemaal achtereen wordt uitgesproken, waarna die onherroepelijk wordt. Deze praktijk wordt overigens niet meer toegepast sinds echtscheiding door verstoting slechts door tussenkomst van het Centraal Bureau voor Burgerzaken (C.B.B.) plaatsvindt, waarbij er een wachttijd in acht wordt genomen; dit ter voorkoming van misbruik van de regeling.

Tot slot van dit gedeelte kan worden vermeld, dat er volgens de Koran bij het uitspreken van de echtscheiding twee getuigen aanwezig dienen te zijn[20].

Echtscheiding in de Surinaamse wetgeving

Volgens het Surinaams Burgerlijk Wetboek (S.B.W.) zijn alle huwelijken ontbindbaar[21]. Aangezien huwelijken volgens de Hindoe- en de Christelijke leer niet ontbindbaar zijn en het echtscheidingsrecht in deze godsdiensten derhalve niet is geregeld, kon voor deze categorieën geen aparte echtscheidingsregeling worden getroffen, doch zijn de in het S.B.W. genoemde procedures en gronden van toepassing. Personen, op grond van de ‘Huwelijkswet Hindoes’ gehuwd, kunnen dus via de kantonrechter echtscheiding bewerkstelligen. Voor wat betreft Islamitische huwelijken is het huwelijksontbindingsrecht wel geregeld in de Koran en andere Islamitische rechtsbronnen, waardoor voor het ontbinden van deze huwelijken wel een aparte regeling kon worden opgenomen in de ‘Huwelijkswet Mohammedanen’. De opname van een echtscheidingsregeling in deze Huwelijkswet is dus niet, zoals vaak wordt verondersteld, een discriminatoire bepaling ten opzichte van belijders van andere godsdiensten. De wetgever heeft de bestaande echtscheidingsregeling uit de Islam overgenomen, doch kon zulks niet doen voor wat betreft de ‘Huwelijkswet Hindoes’, aangezien een dergelijke regeling in de Hindoeleer ontbreekt. De Surinaamse wetgeving heeft het echtscheidingsrecht dus op twee plaatsen geregeld, te weten in het S.B.W. en, voor wat betreft huwelijksontbinding door verstoting, in de ‘Huwelijkswet Mohammedanen’.

Het S.B.W. kent vier echtscheidingsgronden[22]. Uit deze gronden blijkt dat slechts in geval van een immorele handeling door één van de echtgenoten echtscheiding mogelijk is; vandaar dat deze gronden in de praktijk niet toereikend blijken te zijn, met als gevolg dat overspel als zgn. ‘grote leugen’ regelmatig gebruikt wordt om tot een scheiding te geraken. De Islamitische leer kent geen specifieke echtscheidingsgronden. Elke reden, die het vredig met elkaar samenleven van de echtgenoten onmogelijk maakt (totale desintegratie van het huwelijk), kan als een wettig echtscheidingsgrond worden beschouwd[23].

De man, gehuwd volgens de ‘Huwelijkswet Mohammedanen’, kan zich van de vrouw laten scheiden middels verstoting volgens de in de vorige paragraaf beschreven procedure. De vrouw heeft twee opties tot echtscheiding; ten eerste kan ze zulks verzoeken op grond van art. 4, lid 3 van deze Huwelijkswet en als tweede optie kan zij naar de kantonrechter stappen om echtscheiding te vorderen. In laatstgenoemd geval is de rechter niet gebonden aan de echtscheidingsgronden uit het S.B.W., maar hoort hij een Islamdeskundige, die nagaat of er inderdaad sprake is van totale desintegratie van het huwelijk[24].

Conclusie

We hebben kunnen zien dat het huwelijk zowel in de Islam als in het Hindoeďsme en het Christendom een heilig contract is. Verder is gebleken dat de vrouw, volgens het Islamitische recht, ook na het huwelijk recht heeft op eigen vermogen. Inzake de echtscheiding is gebleken dat de Islam, in tegenstelling tot het Hindoeďsme en het Christendom, wel de optie daartoe geeft, met dien verstande dat er vóór de definitieve scheiding verzoeningspogingen voorgeschreven zijn. Verder zagen we dat de Islamitische echtscheidingsregeling in de ‘Huwelijkswet Mohammedanen’ is opgenomen en dat de oorzaak van het ontbreken van een dergelijke regeling in de ‘Huwelijkswet Hindoes’ is, dat de Hindoeleer geen echtscheiding kent. En tenslotte is gebleken dat de Islam, evenals sedert kort de Nederlandse wetgeving, geen beperking kent inzake de echtscheidingsgronden, zoals dat wel het geval is in het Surinaams Burgerlijk Wetboek.

Voetnoten (K. = Koran):

[1] K. 24:32, 25:54; [2] K. 4:23; [3] K. 2:221; [4] K. 24:3; [5] K. 5:5; [6] K. 35:24; [7] K. 32:3, 36:6; [8] art. 1, lid 1; [9] decreet C-11; [10] K. 4:32, 4:4; [11] K. 4:7; [12] K. 4:4, 4:24-25, 5:5; [13] K. 2:230; [14] K. 2:229; [15] K. 4:35; [16] K. 65:1, 65:4; [17] K. 2:232; [18] K. 2:229; [19] zie de Toelichting op art. 4; [20] K. 65:2; [21] Boek 1, art. 252; [22] Boek 1, art. 262; [23] Ook het Nederlands Burgerlijk Wetboek (Boek 1, art. 151) hanteert sedert kort ‘duurzame ontwrichting van het huwelijk’ als enige echtscheidingsgrond; [24] zie art. 6 en 10 van de ‘Huwelijkswet Mohammedanen’.

Bronvermelding:

  • De Religie van de Islam (Muhammad Ali M.A. LL.B)
  • Handleiding tot de kennis van de Mohammedaanse wet (Dr. Th. W. Juynboll)
  • De Heilige Koran
  • Huwelijkswet Mohammedanen (G.B. 1940 no. 149, gewijzigd bij wet van 5 feb. 1963)
  • Huwelijkswet Hindoes (G.B. 1940 no. 150, gewijzigd bij wet van 5 feb. 1963
  • Surinaams Burgerlijk Wetboek;
  • Nederlands Burgerlijk Wetboek
  • Interview met mr. B. Ahmadali, in de periode 1984-1991 hoofdambtenaar, belast met het toezicht op de naleving en toepassing van de Huwelijkswetten Hindoes en Moslims in Suriname.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het Surinaams ochtendblad ‘De Ware Tijd’ van 17 mei 2002.


MOHAMMED
Zijn leven en zijn missie

Op de 12e dag van de Islamitische maand ‘Rabi’al Awwal’, in het jaar 571 n.C., werd de profeet Mohammed (vrede zij met hem) in Mekka geboren. Dit jaar valt de 12e ‘Rabi’al Awwal’ op of omstreeks 25 mei. Het is volgens de oorspronkelijke geschriften nooit de gewoonte van de profeet geweest om zijn verjaardag te vieren; die gewoonte ontstond pas omstreeks 450 jaar na zijn dood.

Het feit dat de profeet op dezelfde dag van dezelfde maand overleed als waarop hij geboren werd, lijkt tegenstrijdig met het organiseren van grote feesten ter ere van zijn geboorte. Nochtans wordt jaarlijks door Moslims, overal ter wereld, deze dag zeer groots gevierd; velen beschouwen deze dag zelfs als de belangrijkste Islamitische feestdag. Anderen weer benutten deze dag om Mohammed te gedenken en zich te bezinnen over zijn wijze lessen aan de mensheid.

De wereld telt thans meer dan één miljard Moslims en de Islam is, volgens verschillende bronnen, de snelst groeiende godsdienst ter wereld[1]. Nochtans is de Islam de laatste tijd vaak negatief in het nieuws, in het bijzonder waar het terrorisme aangaat; een term die bijna als synoniem voor deze godsdienst wordt gehanteerd door de Westerse wereld. Wij achten het daarom nuttig om het leven van de profeet Mohammed te belichten, omdat daardoor nagegaan kan worden of het beeld, welke de wereld heden ten dage omtrent de Islam heeft, en waaraan overigens ook vele Moslimlanden en -groeperingen debet zijn, wel het juiste is.

Een beknopt overzicht

Mohammeds vader stierf reeds vóór zijn geboorte en hij verloor zijn moeder op zesjarige leeftijd. Daarna werd hij opgevangen door zijn grootvader Abd al-Muttalib, en na diens overlijden door zijn oom Aboe Talib, die hij hielp in de handel. Al sedert zijn jonge jaren stond Mohammed bekend om zijn eerlijkheid, die hem de bijnaam ‘Al-Amien’ (de betrouwbare) opleverde. Mohammed trok zich de maatschappelijke omstandigheden in het toenmalige Arabië, waar goede normen en waarden vrijwel volledig ontbraken, erg aan en hij trok zich daarom regelmatig terug in een grot, waar hij mediteerde; in deze grot zou hij later zijn eerste openbaring ontvangen. Op 25-jarige leeftijd trouwde Mohammed met een 40-jarige weduwe, die tevens koopvrouw was. Na zijn eerste openbaring was zij de eerste die in zijn missie geloofde; een missie die voornamelijk gekenmerkt werd door de Eenheid van God en liefdadigheid aan de mensheid. De hierna volgende periode was er één waarin de Islam soms grote, dan weer minder grote vooruitgang boekte. Vele tegenslagen kregen de Moslims te verduren; zo moest een groepje emigreren naar Abessinië om aan vervolging te ontkomen, een vlucht (de Hidjra) van Mekka naar Medina was noodzakelijk om dezelfde reden, verdedigingsoorlogen moesten worden gevoerd, zoals bij Badr en bij Oehoed, enz. Bij al deze gebeurtenissen, en zelfs toen Mohammed drie jaren lang met zijn volgelingen uit Mekka werd verbannen en in zeer erbarmelijke omstandigheden verkeerde, gedurende welke periode ook zijn echtgenote Gatiedja en zijn oom en beschermheer Aboe Talib overleden, bleef zijn geloof in God rotsvast. Het zijn dit geloof en zijn gebeden geweest, die hem de kracht hebben gegeven zijn missie te volbrengen en Arabië binnen een kwart eeuw om te vormen van het meest verdorven gebied ter wereld tot een land, waarin verheven normen en waarden de boventoon voerden.

Een gewoon mens?

Vele verhalen doen over Mohammed de ronde; zo zijn er bijvoorbeeld schrijvers die beweren dat hij lichtgevend was. Mohammed heeft echter gedurende zijn gehele leven geclaimd slechts een mens te zijn zoals alle andere mensen, met dezelfde mogelijkheden en beperkingen, met slechts één verschil, namelijk dat God hem gekozen had voor het profeetschap[2]. Hij heeft daarom ook nooit prijs gesteld op overdreven eerbetoon aan zijn persoon; zelfs nadat hij heerser over geheel Arabië was geworden, bleef hij de eenvoud zelve. Als voorbeeld hiervan kan worden aangehaald dat hij nooit heeft gewild dat men uit eerbied voor hem opstond[3], zoals vaak gebeurt bij herdenkingsdiensten. Nochtans zal een ieder het erover eens zijn dat Mohammed een persoon was met zeer verheven normen en waarden; een waardig voorbeeld voor de mensheid.

Leerstellingen, normen en waarden

Op een vraag aan Aisja, echtgenote van de profeet Mohammed, over de zeden van deze profeet, antwoordde zij dat zijn moraal de Koran was. Inderdaad was Mohammed degene die de leerstellingen uit dit Boek het best in praktijk bracht. De Koran bevat niet slechts religieuze leerstellingen en bevelen, zoals aangaande het gebed, het vasten, de liefdadigheid en de bedevaart, maar geeft daarnaast ook richtlijnen over vrijwel alle zaken van het leven. Zo zijn zaken als huwelijk en echtscheiding, erfrecht, voedsel- en drankwetten, eerlijkheid in de handel en vrouwenrechten in dit Boek opgenomen, evenals meer persoonlijk gerichte regelingen, zoals die inzake kleding, roddel en laster, alcohol en kansspelen, het goed behandelen van de ouders, het houden van beloften, zachtmoedigheid, verzoening, arrogantie, enz. Als we heden ten dage om ons heen kijken en constateren hoeveel Moslims zich schuldig maken aan zaken als alcoholgebruik, kansspelen, roddel, arrogantie, machtsmisbruik, onverzoenlijkheid en dergelijke, kunnen wij niet anders dan constateren dat het zeker nodig is ons te bezinnen over de leerstellingen van de Koran, en dus over het gedrag van Mohammed.

Djihaad

Een begrip, waarover veel misverstand heerst, is het begrip ‘djihaad’. De letterlijke betekenis van het woord is ‘hard streven’, doch maar al te vaak wordt de volstrekt foutieve vertaling ‘heilige oorlog’ gehanteerd. Zelfs bij een grote meerderheid onder de Moslims leeft de mening dat het geoorloofd is zgn. ‘ongelovigen’ zonder pardon af te maken. Niets is echter minder waar. Strijd is door de Koran uitdrukkelijk bestemd ter verdediging[4] en ook dit is door de profeet Mohammed gedurende zijn leven in praktijk gebracht; slechts indien hij en de zijnen werden aangevallen, werd naar de wapens gegrepen om zich te verdedigen. Er is niet één voorbeeld uit het leven van Mohammed aan te halen, waaruit zou moeten blijken dat bevolen werd de ‘ongelovigen’ af te maken of hen op enige andere manier schade toe te brengen. Wel gaf hij de gelovigen herhaaldelijk te kennen de ‘grote djihaad’ te verrichten, waarmee hij echter bedoelde de innerlijke strijd tegen de kwade neigingen van de mens[5]. Een andere vorm van ‘grote djihaad’ is het verkondigen van de Islam[6] en het is middels deze vorm van ‘djihaad’, dat de Arabieren werden omgevormd van het meest goddeloze volk ter wereld tot een volk met zeer verheven morele en zedelijke leerstellingen.

Tolerantie, vrede en vergeving

Mohammed heeft altijd vredig samen willen leven met belijders van andere godsdiensten. Toen bij bijvoorbeeld eens een Christelijke delegatie uit Nadjran ontving, stond hij hen toe in de moskee te overnachten, waarbij het de gasten geoorloofd was hun religieuze gebruiken te handhaven. ‘Geen dwang in de godsdienst’ is dus het motto van de Islam[7], zoals ook door Mohammed in praktijk gebracht. Verder leert de Koran dat een ieder, die gelooft en goede werken doet, een goede bestemming tegemoet mag zien, ongeacht of die een Moslim is of niet[8]. Ook vermeldt dit Boek dat de boodschappers van alle geopenbaarde godsdiensten door de Moslims dienen te worden gerespecteerd[9]; Abraham, Mozes, Jezus, Krishna, Boeddha, Mohammed, enz. zijn immers allen door dezelfde Schepper gezonden.

De vredelievendheid en vergevingsgezindheid van Mohammed blijken vooral bij de inname van Mekka, waartoe hij besloot nadat de ongelovigen een met de Moslims gesloten overeenkomst hadden geschonden. Mohammed rukte met bijkans tienduizend man op naar Mekka en nadat de stad was ingenomen, en de Mekkanen aan de genade van de Moslims waren overgeleverd, vergaf Mohammed hen al het voorgaande met de woorden, die ook Jozef tot zijn broeders sprak: “Er zal heden geen verwijt zijn tegen u”[10]. Hoeveel mensen zijn er, die heden ten dage deze les van tolerantie en vergeving in praktijk brengen?

Advies

We hebben gezien dat de Koran het karakter van Mohammed was. Het is derhalve logisch dat de Moslims zo goed mogelijk dit Boek dienen te begrijpen en na te leven. Verder hebben we gemerkt dat de Islam vaak op negatieve wijze in de publiciteit komt, iets waaraan ook Moslims debet zijn. Wij willen daarom adviseren de geboortedag van de profeet Mohammed tot een dag van bezinning te maken en bij onszelf na te gaan, op welke wijze wij het voorbeeld van deze profeet het best in praktijk kunnen brengen. Hierbij is het een zaak van grote importantie om niet alleen na te gaan wat Mohammed wel of niet deed, maar waarom, dus om de motivatie achter het doen en laten van de profeet te begrijpen.

Tot slot zij vermeld dat de volgelingen van de door Mohammed verkondigde boodschap geen Mohammedanen zijn, maar Moslims; deze naam werd door God Zelf aan de volgers van de door Hem geopenbaarde leer gegeven[11].

Voetnoten (K.=Koran):

[1] World Christian Encyclopedia e.a.;[2] K. 18:110; [3] Mishkat al-Masabih, boek 24, hfdst. 4; [4] K. 2:190, 22:39-40; [5] K. 29:6; [6] K. 25:52; [7] K. 2:256, 18:29; [8] K. 2:112, 2:62 e.a.; [9] K. 2:136; [10] K. 12:92; [11] K. 22:78

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het Surinaams ochtendblad ‘De Ware Tijd’ van 21 mei 2002.


Hemelvaart

Jezus' hemel is een graf te Srinagar

door Marina Marijnen
Uit het Nederlands dagblad ‘Trouw’, 23 mei 2001

Terwijl de Christelijke kerken Jezus' hemelvaart herdenken, brengen in de Indiase deelstaat Kasjmir pelgrims een bezoek aan zijn graf. De Jezus die niet stierf aan het kruis, reisde volgens de overlevingstheorieën met zijn moeder naar India. In een steen naast de sarcofaag zijn twee voetafdrukken gegraveerd, met stigmata (kruisigingswonden).

De Rozabal-moskee in Srinagar is de onaanzienlijkste moskee van heel Kasjmir en dat terwijl ze een reliek van onschatbare waarde herbergt: de tombe van Jezus van Nazareth. Een hekje geeft toegang tot een minuscuul terrein. Even later staan we in het schamele moskeetuintje tussen wat eenvoudige plantenbakken. De christelijke deugd van humilitas, nederigheid, wordt in de nabijheid van Jezus' graf voorbeeldig beoefend. Wij betreden de gewijde ruimte. Niets wijst op het belang van de reusachtige tombe die achter glas zichtbaar is. In de kale ruimte bevindt zich slechts een bord met onleesbare tekst, een toefje plastic bloemen erboven. Een ondefinieerbaar, aan blasfemie grenzend gevoel bekruipt mij. In deze verstilde ruimte kijk ik naar de tombe waarin 'onze' Jezus begraven zou liggen. Een vreemde gedachte dat hij ergens begráven zou kunnen zijn. Wij herdenken immers ieder jaar zijn hemelvaart.

Hoe was Jezus ooit hier in India beland? In het voetspoor van Alexander de Grote? Om zijn apostelen het goede voorbeeld te geven of gewoon uit Wandersucht?

Op zoek naar een antwoord blijkt behalve de islam, ook het hindoeďsme en het boeddhisme het verhaal van Jezus in India te kennen. Zelfs christelijke (apocriefe) teksten maken melding van zijn verblijf in Centraal-Azië.

Om een reis van Jezus naar India fysiek mogelijk te maken, zouden zijn kruisdood en hemelvaart ontkend moeten worden. In de literatuur komen twee 'overlevingstheorieën' voor. Beide gaan ervan uit dat Jezus niet aan het kruis gestorven is. Deze stelling past in het islamitische denken, want de Koran ontkent de kruisdood van Jezus. Na drie dagen verzamelde Jezus zijn krachten en stond hij op uit het graf. Toen hij enigszins hersteld was reisde hij met zijn moeder naar Damascus. In de nabijheid van deze stad verbleven zij enige tijd op een plek die nog steeds wordt aangeduid als Mayuam-i-isa: 'de plek waar Jezus leefde'. In die dagen zou Jezus ook de stad Nisibis hebben bezocht, nabij Edessa (het huidige Urfa in Zuidoost-Turkije). Hier sprak hij met de koning, misschien wel dezelfde die eerder door aanraking met het Mandilion genezen was. Tegenwoordig krijgt de toerist het huisje van Maria aangewezen in Efese.

Jezus en Maria verlieten Damascus en zouden via Anatolië en Perzië naar Afghanistan zijn gereisd. Gaandeweg kreeg Jezus bekendheid onder de bijnaam Yuz Asaph: 'leider van hen die van melaatsheid genezen zijn'. De verhalen over Yuz Asaph benadrukken steeds zijn wonderdadige kracht. In Noordwest-Afghanistan leeft een soefi-sekte, die Yuz Asaph, 'de profeet van Israël', vereert. De leden van deze sekte geloven eveneens dat Yuz Asaph (ook 'Isa' = Jezus genoemd) de kruisiging overleefde en via Turkije en Afghanistan naar Kasjmir reisde.

Aanhangers van de 'Jezus in India-theorie' zien in een passage in de Koran een aanvullend bewijs voor deze reis:

'En Wij maakten een gebaar naar de zoon van Maria en zijn moeder, en we gaven hun een schuilplaats op een verheven plek met groene weiden en bronnen' (23:50).

Langs het traject Damascus-Kasjmir zijn verschillende plaatsnamen die naar deze wonderlijke legende lijken te verwijzen. In Oost-Pakistan vlakbij de huidige grens met Kasjmir is - naar men zegt - Maria, de moeder van Jezus, begraven. Deze plek nabij de stad Mari, wordt Mai Mari da Asthan genoemd, wat betekent: laatste rustplaats van Moeder Maria.

Verhalen over een reis die Jezus na de kruisiging maakte komen niet alleen uit islamitische en boeddhistische bron. Het apocriefe boek 'Handelingen van Thomas' maakt eveneens melding van een bezoek dat Jezus in het jaar 47, samen met de apostel Thomas, bracht aan het hof van de Indiase koning Gundafor in Taxila (Pakistan). De theoloog Irenaeus schrijft in zijn Adversus haereses (tegen de ketters, 2de eeuw) iets over een verblijf van Jezus in Azië.

Jezus' legendarische reis kwam in Kasjmir ten einde. Ook daar zijn diverse verwijzingen naar het veronderstelde verblijf van Jezus te vinden. Vlakbij Srinagar bevindt zich een monument (de Takht-i-Suleiman of de Troon van Salomo) met inscriptie, waarin Yuz Asaph genoemd wordt: 'Jezus, profeet van de kinderen van Israël'.

Volgens een mondelinge overlevering zouden de Kasjmiri afstammen van één van de verloren stammen van Israël. Kasjmir figureert in deze overlevering zelfs als het beloofde land dat Mozes zocht, maar nooit zou hebben gevonden. Na de kruisiging zouden de apostelen Jezus naar dit 'beloofde land' hebben gebracht om te herstellen. Vlakbij Pahalgam, te midden van groene weiden aan de oever van de rivier de Lidder, herinnert de naam Aisjmuquam aan deze 'revalidatie' van Jezus in Kasjmir. Aisj is de lokale naam voor Isa ofwel Jezus; muquam betekent rustplaats. Elders in de groene heuvels aan de voet van de Himalaja roept de naam Yusmarg, 'weide van Jezus', eveneens associaties op met deze episode uit het leven van Jezus.

Maar hét 'bewijs' voor wie geloof hechten aan deze alternatieve levensloop is zijn graf in Srinagar. Het bord naast de tombe in de Rozabal-moskee bevat de volgende eenvoudige handgeschreven mededeling: “Yuz Asaph betrad de vallei van Kasjmir vele eeuwen geleden; zijn leven was gericht op het zoeken van de waarheid''. Onder de tombe, die als grafmonument fungeert, bevindt zich een crypte met de sarcofaag van Yuz Asaph. Onderzoek in deze ruimte bracht een aantal interessante zaken aan het licht. Vanonder een dikke laag kaarsvet op een steen naast de sarcofaag kwamen twee in de steen gegraveerde voetafdrukken met kruisigingswonden tevoorschijn... Ook werden een crucifix en een rozenkrans gevonden.

Welke de ware identiteit van Yuz Asaph ook mag zijn: deze vondsten geven op z'n minst aan dat Yuz Asaph in Srinagar ooit werd aangezien voor of werd geassocieerd met de man die wij kennen als Jezus van Nazareth.

Waarom wordt Yuz Asaph door moslims vereerd? Om zijn christelijke status van opgestane en ten hemel gevaren Heer kan het niet zijn. Waarmee maakte Jezus, alias Yuz Asaph, dan wél een blijvende indruk in Kasjmir? Honderden pelgrims zouden zijn graf bezoeken: moslims, hindoes, boeddhisten en zelfs christenen uit Nederland.

In zijn preken spoorde Yuz Asaph de mensen aan zich van alle geestelijke en lichamelijke onzuiverheden te ontdoen, te bidden, de wet te gehoorzamen en de naam van de Heer te gedenken'... Ook zou hij gepredikt hebben: “Ik zeg u, dat al degenen die de rechtvaardigheid veronachtzamen de hemel niet zullen betreden... Wee degenen die alleen oog voor aardse zaken hebben, want zij zullen vergaan. Waarlijk ik zeg u, de dood kent dag noch uur. Wanneer het uur gekomen is, kan alleen het geloof redding bieden”.

De islam erkent de goddelijkheid van Jezus niet, maar beschouwt hem wel als een belangrijke profeet. De Koran maakt verschillende malen melding van Isa ibn Maryam, Jezus de zoon van Maria, en de wonderen die hij zou hebben verricht. De belangrijkste taak die Jezus in de wereld van de islam verricht heeft, is zijn voorspelling van de komst van de profeet Mohammed. Voor de islam is hij dezelfde als de Trooster wiens komst in het evangelie van Johannes wordt aangekondigd.

Zo gezien is de rol van Jezus van verstrekkende theologische betekenis; zijn aanwezigheid in het nederige graf in Srinagar spreekt immers kruisdood en hemelvaart tegen. De verhalen schetsen het belang van Yuz Asaph alias Isa ibn Maryam ofwel Jezus in bepaalde delen van de moslimwereld -een wereld, waarin de voorbeeldige pelgrim Yuz Asaph afzag van de eenvoudige rechtstreekse weg naar de hemel en niet rustte voor hij de lange moeilijke reis had volbracht naar Kasjmir, het beloofde land.

Samengevat door de IVISEP-redactie


Reacties van lezers

De vorige editie van “De Dageraad” was het tiende tijdschrift welke door de huidige redactie en medewerkers werd uitgegeven. Gedurende 1999-2000 werden vier edities van het kwartaalblad “An Nűr” onder de paraplu van de Surinaamse Islamitische Vereniging gepubliceerd, terwijl in 2000-2001 de IVISEP-Nieuwsbrief viermaal verscheen. Deze Nieuwsbrief werd eind 2001 omgezet in het tijdschrift “De Dageraad”, waarvan nu drie edities zijn verschenen.

Vermeld kan worden dat enkele van onze redactiemedewerkers sinds kort betrokken zijn bij het samenstellen en uitgeven van de tijdschriften “The Muslim Times” (Guyana) en “Iqra” (Nederland). Ook bestaat er een goede samenwerking met het redactieteam van “The Message” (Trinidad).

Hierna volgen enkele reacties die gedurende de afgelopen periode op de IVISEP-Nieuwsbrief en de Nederlands– en Engelstalige editie van “De Dageraad” (The Dawn) binnenkwamen.

 

Assalaam alaikoem.

Beste redactieleden,

Ik heb jullie nieuwsbrief ontvangen. Ik ben Allah dankbaar dat Hij jullie de kracht heeft geschonken om door te gaan op Siratal Moestaqiem (het rechte pad). De lay-out is uitstekend, de onderwerpen goed gekozen en de verzorging is van hoog gehalte. Ik smeek Allah SwT om jullie kennis en inzet te vergroten tot heil en zegen van onze geliefde Islaam.

Een Sabr en Haq 2001 toegewenst.

Nogmaals “Djazaaq Allah”.

H.B., Den Haag

 

Dank U voor de nieuwsbrief. Ik zal het met genoegen doornemen en weet zeker dat dit mijn kennis zal verrijken.

I.A., Amsterdam

 

Assalaamo alaikoem,

Zeer goed initiatief om het blad electronisch te verspreiden.

Veel succes.

Wassalaam,

M.H., Paramaribo

 

Zeer geachte heren,

Met heel veel genoegen lees ik gaarne Uw zeer interessante en leerrijke artikelen waarvoor ik U zeer erkentelijk ben. Mag ik een Surinaamse uitdrukking gebruiken nl: “het smaakt naar meer!”

Gaat zo voort!

Met de vriendelijke groeten.

B.K., Paramaribo

 

Assalamu alaikum.

I have just received a copy of your magazine and glanced through it. The layout and setting are of a very high professional quality and I congratulate you on the production.

S. Aziz, USA

 

Geachte redactie,

Vind het initiatief van uw organisatie om met een dergelijke nieuwsbrief te beginnen zeer prijzenswaardig, vooral als we in aanmerking nemen dat u niemand iets probeert op te dringen, maar vrij neutraal en objektief bezig bent.

Hoewel ik niet goed snap waarom u parallellen van de grote godsdiensten trekt. Zowel de Islam als het Hindoeďsme hebben hun bestaansrecht bewezen, in aanmerking genomen de enorme mensenmassa's die deze wereldreligies aanhangen. Net als het Christendom. Maar verder vind ik uw initiatief zeer prijzenswaardig. Het is goed dat we weten wat er schuil gaat achter een andere religie, een andere cultuur, zeker in onze multi-culturele samenleving. We mogen God (Allah voor u, andere naam dus, maar dezelfde Oppermacht, dezelfde Oerkracht) elke dag bidden om situaties zoals op Trinidad en in Guyana buiten onze grenzen te houden! Niemand heeft er enige baat bij en er zijn altijd alleen maar verliezers: de hele samenleving wordt er armer van! Of Hem vragen het daarheen te leiden dat onze situatie zich blijft ontwikkelen zoals het tot nog toe is gegaan: een langzame, maar zekere integratie, een grote mate van tolerantie en verdraagzaamheid jegens elkaar, een waar voorbeeld voor de rest van de regio en de wereld! Wat de Barbadiaanse premier Owen Arthur ook letterlijk zo gezegd heeft tijdens zijn bezoek aan ons land! Onze Schepper heeft nooit niet mensen gemaakt die onderverdeeld kunnen worden in supermensen, gewone mensen en waardeloze mensen. Het idee alleen al is zó belachelijk dat alleen idioten zich daarmee zouden bezighouden!

Tenslotte: nogmaals bedankt voor uw brief en houden zo!

L.C.

 

Assalamo alaikum

I was delighted to see copy of recent issue of Al-Fajr. Thanks for reproducing my article on Eid Al-Adha. This article has also been reproduced by a West Indian Muslim Organisation in UK. The set-up, contents and editing of the issue has been wonderful. I congratulate you and Reza for producing it. Continue your efforts and bring it out regularly.

N.A., Pakistan

 

Assalaamu 'alaikum Wr. Wb.

Thank you most kindly indeed for softcopy of the DAWN.

May Allah shower His blessings on the Editors and support team for such a professional and excellent collection of related topics to Hajj and about Hazrat Abraham (AS).

I'm not informed of the DAWN's circulation, but surely, without any element of doubt, the articles and their stylistic presentation conveys the clear message, to Muslims and non-Muslims alike, that the cornerstone principle of Islam of worshipping One God did not begin solely with Prophet Muhammad (PBUH) but a continuity from Prophet Adam (AS) and given particular prominence and exposition by Prophet Muhammad (PBUH) reaching its apex with the revelation of the Holy Qur'an.

The editorial and support team members are doing great work in their zest and fervour to propagate Islam using the most modern and effective means of resources available. I'm sure that Allah is pleased with the aims, objectives and achievements of DAWN and the editorial team.

J.U.D., Fiji


Seksueel misbruik

Het aan het licht komen van seksueel misbruik van kinderen door Rooms-Katholieke priesters heeft de wereld de afgelopen maanden op haar grondvesten doen schudden. In vele landen kwamen pedofilieschandalen boven water, zoals in de Verenigde Staten van Amerika (San Diego, New York, Boston, Los Angeles, Illinois, Kentucky e.a. steden), Nederland, Frankrijk, Australië, Brazilië, Mexico, Duitsland en andere landen. In vele gevallen werden steekpenningen betaald door de RK-kerk aan de slachtoffers om de schandalen verborgen te houden; zo werd alleen al in de V.S. meer dan 900 miljoen Euro aan slachtoffers uitbetaald.

Ook ander cijfermateriaal liegt er niet om. Tussen 1960 en 2001 werden volgens een onderzoek 866 priesters in Amerika beschuldigd van seksueel misbruik; hiervan moesten 350 hun functie opgeven.

‘Het werk van de duivel’

Paus Johannes Paulus II heeft onlangs in een toespraak tot Amerikaanse kardinalen gezegd dat er in de RK-kerk geen plaats is voor misbruik. Bij een andere gelegenheid werd seksueel misbruik door de kerkvader “het werk van de duivel” genoemd. Nochtans worden priesters pas als zij zich meer dan éénmaal aan misbruik schuldig hebben gemaakt uit hun ambt gezet en aangegeven bij justitie. Deze maatregel geldt dus niet voor priesters die zich slechts éénmaal schuldig hebben gemaakt aan misbruik; er blijven dus vele pedofielen binnen de RK-kerk werkzaam als priester, ondanks voornoemde uitspraken van de paus.

Celibaat

Ondezoekers hebben zich regelmatig afgevraagd of er een verband bestaat tussen het celibaat en kindermisbruik door priesters. Na beraadslaging van twaalf kardinalen in de V.S., in april 2002, luidde het slotoordeel dat er “geen enkel wetenschappelijk aantoonbaar verband bestaat tussen celibaat en pedofilie”. Hoewel ook in andere kerken vormen van misbruik bekend zijn – zo kwamen bij een meldpunt van gereformeerde maatschappelijke hulpverlening in Nederland binnen anderhalf jaar 34 meldingen binnen – gaat het daarbij voornamelijk om misbruik van volwassen vrouwen (hetgeen overigens niet minder ernstig is dan kindermisbruik). De berichten over pedofilie, voorzover religieuze leiders de daders zijn, betreffen echter vrijwel uitsluitend celibataire geestelijken, zoals de nieuwsberichten aantonen.

Ook onderzoekers hebben een duidelijk verband kunnen aantonen tussen celibaat en kindermisbruik. Zo gaf de Zwitserse predikant Ron O’Grady, erevoorzitter van Ecpat, elf jaar geleden vanuit de kerken opgericht tegen kinderprostitutie in Azië, aan dat celibatairen “een risicogroep” vormen. Volgens zijn onderzoek hebben ook veel Boeddhistische monniken relaties met jonge novices, komt in Hindoetempels vaak nog kinderprostitutie voor en worden ook in Zuidoost-Azië geestelijken regelmatig om kindermisbruik veroordeeld. In tegenstelling tot de bewering van eerder vermelde kardinalen, dat er “geen enkel wetenschappelijk aantoonbaar verband bestaat tussen celibaat en pedofilie”, kan dus worden gesteld dat er wel degelijk zo’n verband bestaat.

Afschaffing celibaat?

Paus Johannes Paulus II heeft duidelijk laten merken dat er geen sprake kan zijn van afschaffing van het celibaat; hij wenst er niet eens over te discussiëren. Nochtans komen er regelmatig berichten in het nieuws van priesters, die het celibaat liever afgeschaft zouden willen hebben; zo heeft de Internationale federatie van gehuwde katholieke priesters alle kardinalen in de Rooms-Katholieke Kerk per brief gevraagd om het verplichte priestercelibaat af te schaffen (dat is volgens de federatie de belangrijkste oorzaak voor het nijpende priestertekort in de gehele wereld). Ook uit bijv. Boston (V.S.) en Brazilië weerklonk reeds de roep om afschaffing van het celibaat. Zoals eerder reeds bleek, zal opheffing van het celibaat niet alleen kindermisbruik hoogstwaarschijnlijk sterk verminderen, maar ook het tekort aan priesters zal hierdoor ongetwijfeld kleiner worden.

De RK-kerk heeft overigens meer dan duizend jaar geen celibaat gekend. In de elfde eeuw misdroegen veel priesters zich zodanig (handel in aflaten en sacramenten, concubinaat) dat onder invloed van monniken geëist werd dat priesters in de nacht voor de eucharistie geen geslachtsgemeenschap mochten hebben. Toen er elke dag een mis kwam, was deze 'liturgische reinheid' niet te combineren met een goed huwelijk.
Op het tweede Lateraans Concilie (1139) werd het celibaat verplicht gesteld. Na het tweede Vaticaans Concilie (1962-'65) zijn er naar schatting 80.000 priesters (op een totaal van 400.000) gehuwd en uit het ambt ontslagen. In Nederland zijn er dat 2200 sinds 1958.

Conclusies en aanbevelingen

We hebben gezien dat er een zeker verband bestaat tussen celibaat en kindermisbruik. Een oplossing om kindermisbruik tegen te gaan zou dan ook kunnen zijn het celibaat af te schaffen, hetgeen geen problemen hoeft op te leveren, aangezien deze instelling niet op religieuze bronnen is gebaseerd. Door afschaffing van het celibaat zal overigens niet alleen het kindermisbruik sterk worden verminderd, maar zal ook het priestertekort ongetwijfeld afnemen.


Gebeden uit verschillende godsdiensten

 

Boeddhisme: gebed voor toevlucht

Buddham saranam gacchami

- Ik zoek mijn toevlucht bij de Boeddha.

Dhammam saranam gacchami

- Ik zoek mijn toevlucht bij de Dhamma.

Sangham saranam gacchami

- Ik zoek mijn toevlucht bij de Sangha.

 

Christendom: het Onze Vader

Bron: Matthéüs, hoofdstuk 6

Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw naam worde geheiligd.

Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood.

En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in eeuwigheid, amen.

 

Islam: de Fatiha

Bron: openingsverzen van de Koran

In naam van Allah, de Weldadige, de Genadige.

Alle lof komt Allah toe, de Heer der werelden.

De Weldadige, de Genadige.

Meester van de Dag der vergelding.

U dienen wij en U smeken wij om hulp.

Leid ons op het rechte pad.

Het pad van hen aan wie U gunsten heeft geschonken.

Niet op dat van hen op wie Uw toorn is neergedaald, noch dat der dwalenden.

 

Hindoeďsme: de Gayatri Mantra

Bron: de Veda’s

O Schepper van het Universum, mogen wij Uw voortreffelijk Licht, welke de zonden vernietigt, ontvangen en moge U ons verstand leiden in de juiste richting.

 

Jodendom: de Shema

Bron: Deuteronomium, hoofdstuk 6

Hoor, Israël! De Heere, onze God, is een enig Heere!

Zo zult gij de Heere, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.

En deze woorden, die ik u heden gebied, zullen in uw hart zijn.

En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op de weg gaat, en als gij neerligt, en als gij opstaat.

Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdbanden zijn tussen uw ogen.

En gij zult ze op de deurposten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.


Kort religieus nieuws

Evangelisch mea culpa

BOEDAPEST- Ruim duizend evangelische leiders uit 38 landen hebben toegegeven betrokken te zijn geweest bij racisme, nationalisme en onrechtvaardigheid. Aldus het onlangs gepubliceerde slotdocument van het in Boedapest gehouden congres Hope.21, waar over de toekomst van het 21-eeuwse Europa werd gesproken. Volgens de organisator van het congres, Jeff Fountain, werd na lange discussies besloten dat de evangelische wereld eerst de fouten uit het verleden moet toegeven, voordat naar een hoopvolle toekomst voor Europa gekeken kan worden. ”De paus heeft ook al vergeving gevraagd voor de fouten van de Rooms-Katholieke kerk, nu was het aan de evangelische christenen om hun fouten te erkennen'“, aldus Fountain. Hoewel er geen gewag wordt gemaakt van de omstreden rol van kerken in Holocaust, zouden evangelische Duitse christenen volgens hem daarvoor wel vergeving hebben gevraagd. (Ned. Dagblad)

Franse premier paait islamieten

PARIJS – De tweede godsdienst van Frankrijk, de islam, moet een normale en waardige plaats krijgen in de republiek. Dit heeft de Franse premier en presidentskandidaat Lionel Jospin dinsdag in een interview gezegd. Kort voor de presidentsverkiezingen wijst Jospin erop dat zijn regering zich de afgelopen twee jaren heeft ingespannen om de Franse moslims een stem te geven via vertegenwoordigende lichamen. Het aantal moslims in Frankrijk bedraagt volgens sommige schattingen 4 miljoen. Het is de grootste moslimgemeenschap in West-Europa. (De Telegraaf)

Hindoescholen tegen uitspraken v. Boxtel

DEN HAAG - Hindoebasisscholen zijn fel gekant tegen minister van Boxtel (Integratiebeleid), die zei dat scholen gestoeld op levensbeschouwelijke grondslag moeten worden afgeschaft'. Dit zegt G. Rolsma, coördinator van de Stichting Hindoe Onderwijs (SHO). De hindoescholen hanteren geen maximumpercentage voor het aannemen van leerlingen en hebben 15 jaar ervaring in het onderwijs op levensbeschouwelijke grondslag, meldt de coördinator. (Ned. Dagblad)

Wonder blijft uit in Garabandal

GARABANDAL - Ruim tweehonderd gelovigen uit Nederland en Vlaanderen hebben gisteravond tevergeefs op een wonder gewacht in het Noord-Spaanse bergdorp Garabandal. De voorzitter van de behoudende R.K.-stichting Witte Donderdag, prof. dr. E. Rutten, had voorspeld dat er om 20.30 uur een natuurwonder zou geschieden en dat de aanwezige zieken zouden genezen. Maar een zichtbaar wonder bleef uit voor de bedevaartgangers, onder wie ernstig zieken. Om een uur of negen liep Rutten weg. Hij erkende te hebben gefaald. (De Telegraaf)

Mc Donalds doneert $10